God lieft mij ten leven

İ Geert Bles, Heerlen 2002



Inleiding.

In de lezing van Jesaia zien wij het duidelijke profiel uit­getekend van de toekomstige redder van de wereld, de Messias.

De evangelielezing toont aan, dat Jezus van Nazareth beantwoordt aan dat profiel. Hij, en geen ander, is de Messias. In beide gevallen horen wij daarom de stem van God, die dat beves­tigt.

 

Overweging:

In deze evangelielezing horen wij, dat Johannes de Doper plaats maakt voor Jezus van Nazareth. Er zijn tijden van twijfel geweest bij Johannes en zijn leerlingen, of Jezus inderdaad wel de Messias was. Jezus' optreden was immers zo anders dan wat Johan­nes ver­wacht en aangekondigd had. Vandaag is die twijfel weg­genomen. Jezus, en geen ander, is de Messias, de belichaming van God in onze wereld. Belangrijk is dat wij Hém kennen en zíjn grondhouding tot de onze maken: wij willen immers in zijn voetspoor gaan.

 

Om daar een vinger achter te krijgen, herneem ik nog eens het verhaal van de schrijfster Michelle Chalfoun, omdat haar verhaal m.i. scherp aangeeft waar het om gaat. Het leven van deze jonge vrouw is één puin­hoop, huwelijk op de klip­pen, drugs, zwer­vend bestaan, emotioneel en physiek geknakt. Ze heeft geen vertrouwen meer noch in zichzelf noch in anderen, ze walgde van zichzelf en schaamde zich voor haar omgeving. Totdat ze op een gegeven moment, dankzij trouwe vriendinnen, bes­luit om het nor­male leven weer op te pak­ken. Die hadden tegen haar gezegd: Michelle, we gaan net zolang van jou houden tot jij weer van jezelf houdt. Ze draagt haar levensver­haal op 'aan iedereen die van mij hield, toen ik niet van mezelf hield'.

 

'We gaan net zolang van jou houden totdat jij weer van jezelf kunt houden'. Dit gezegde is zo passend vandaag. Het geeft iets aan van wat de grondhouding van Jezus is; het geeft aan waarin Hij verschilt van de Doper. Dat verschil pogen wij scherp te krij­gen.

 

Wij leven in een tijd, waarin on­heilsprofeten en doemdenkers opnieuw gehoor vinden bij velen met hun aanzegging van het einde van de wereld. De voor­tekenen - zeggen ze - zijn immers aanwezig: denk maar aan de natuur­rampen, ter­reuraanslagen en oor­logen.

Zó was het ten tijde van Johan­nes de Doper. Johannes predikte de toorn van God; de grens is bereikt; Hij heeft de wan in de hand om het kaf van het koren te scheiden; de bijl moet aan de wortel; hij waarschuwt voor verschrik­kin­gen als men zich niet bekeert.

 

Hoewel Jezus van Nazaret de Doper eigenlijk best mocht om zijn radikaliteit, om zijn scherpe aan­vallen op afgoden­dienst, om zijn felle kritiek op de groten der aarde en op de religieuze leiders en om zijn oproep tot bekering, heeft Hijzélf toch een andere benadering om het Koninkrijk van God tot stand te brengen.

 

Waarin is Jezus dan zo anders dan Johannes? Jezus beantwoordt aan het profiel, dat Jesaia tekent: Hij roept niet en schreeuwt niet op straat; Hij breekt het geknakte riet niet en schopt niet tegen de zon­daars maar eet juist met tollenaars en prostituees; Hij veroor­deelt het kwaad, jawel, maar schrijft geen mensen af.

 

Jezus is anders dan Johannes: Terwijl Johannes zich richt op het kwaad en eist dat je het éérst allemaal goed maakt, voordat je bij God mag horen, richt Jezus zich op het goede in de mensen.

 

Terwijl Johannes eist dat je je bekeert als voorbereiding op de komst van God, aanvaardt Jezus jou als mens ondanks je fouten en zonden. Bij Jezus mag je zijn wie je bent, ook al ben je niet volmaakt. Hij ziet, door alles heen, het goede in jou en houdt van jou, ook al mankeert er nog van alles.

 

Mensen kunnen nog zo geknakt zijn en geen vertrouwen meer hebben, noch in zichzelf noch in anderen, door zíjn houding geeft Jezus die mensen weer vertrouwen. Zíjn houding tov. hen doet mensen weer overeind komen, weer opstaan. Hij roept het goede in mensen op. 

 

Ja, in die houding van Jezus openbaart zich de kern van het evan­gelie, van de blijde boodschap. God's liefde is onvoor­waardelijk. Hij/Zij vraagt niet eerst bekering; zijn liefde bewérkt juist bekering en opstanding; God bemint mensen die in de fout gaan; de zonde hindert zijn liefde niet. Hij/Zij is de eerste in liefde. 

 

Het is die God, die Jezus hier op aarde present stelt. Met Jezus is God's menslievendheid hier op aarde verschenen. Zo gaat Jezus, beeld van God bij uitstek, naar mensen. Hij gaat zóveel en zólang van mensen houden, tot zij van zichzelf houden en weer heel zijn.

 

Is dat ook niet wat vriendschap doet, zoals in het verhaal van Michelle: 'Wij zullen zoveel en zolang van jou houden, tot jij weer van jezelf houdt?'

 

Is dat niet wat liefde van ouders doet? Er is al liefde voor hun kind, lang voor het geboren wordt, lang voor het kind hen kan toelachen of een woord spreken, lang voor het kind hun liefde kan beantwoorden. Maar ook als een kind opgroeit, zal het bij ouders voelen: 'Ik mag er zijn zoals ik ben, zelfs met mijn fouten en tekorten.' Goede ouders zullen hun kind geen onmogelijke idealen opleg­gen; bij hen zal het kind mogen zijn, ook al is het niet volmaakt. Ze houden zoveel en zolang van hun kind, tot het van zichzelf houdt.

 

Is dat niet wat christenen, volgelingen van Jezus, pogen te doen? Wij zijn immers geroepen om - zoals Hij - dienaren van God te zijn, zíjn instrument om die andere wereld - zijn koninkrijk - te verwezenlijken. Wij willen ons zíjn houding eigen maken in onze relaties naar elkaar. Wij willen - zoals Hij - niet ophouden het goede in anderen te zien en zodoende hen tot recht laten komen.

 

Oog voor het goede in de ander, liefde voor de ander als persoon ondanks zijn/haar fouten zal de ander doen verrijzen, zal het Rijk van God dichterbij bren­gen. Dat is de grondhouding van Jezus van Nazareth; het hele evangelieverhaal spreekt van die houding. Wij worden uit­genodigd/uitgedaagd om Hem daarin te volgen, om vandaag-de-dag in de wereld waarin wij leven van Hem te getuigen, zó om te gaan met mensen.