2e Zondag van het Jaar

© Matth Gubbels, Heerlen 2003



- gebaseerd op""Vrede in de tempel en vrede in het hart"over de eerste lezing van vandaag rond het verhaal van de roeping van de profeet SamuŽluit"Wat ons toekomt" van de bekende Duitse theoloog Eugen Drewermann -

 

Drewermann begint zijn beschouwing met een herinnering aan een bezoek aan een grote hindoetempel in Zuid-India. Het loopt er tegen het middaguur. Trompetten kondigen vanaf de tempeltorens de rusttijd aan. De massa's biddende mensen, boetelingen en bezoekers verlaten langs brede zuilengan≠gen de offer- en reinigingsplaatsen, zodat de stilte kan neerdalen over de beelden van goden, strijdende helden en grijzende demonen die in overvloed de tempel sieren. Dan ziet de bezoeker de brahmanen, een soort tempelpries≠ters; ze liggen, uitgestrekt op de koele stenen in de schaduwrijke, verborgen hoekjes van de tempel, slapend naast de rollen van de duizenden jaren oude heilige teksten.

Op dat moment dacht Drewermann: daar ligt SamuŽl, de SamuŽl uit het verhaal dat we vandaag hoorden. Een prachtig beeld, vol priesterlijke wijsheid.

Is het niet een treffende illustratie van wat wij nastreven met godsdienstige riten, met gebeden en offers, wat deze hindoeÔstische priesters zichzelf als vanzelfsprekend gunnen:

te mogen uitrusten op een plaats dichtbij God, waar alles in orde is, verzekerd en bevestigd door de leer en de overlevering van de kostbaarste openbaringen van God, waarin alles vaststaat en voltooid is...

Maar toch: schijn kan bedriegen, weten we...ook deze tempelvrede van de slapende SamuŽl is niet helemaal wat ze lijkt. Niemand in het Eerste, het Oude testament heeft dat pijnlijker ervaren dan SamuŽl. Het was zijn lot dat hij in een tijd leefde waarin zelfs de tempel ontheiligd werd, waarin de meest heilige zichtbare verbeelding van Gods aanwezigheid, de ark van het verbond, in handen viel van uitgesproken tegenstanders en vijanden van de godsdienst. Vele officiŽle vertegenwoordigers van de godsdienst waren vaak infantiele egoÔsten die in naam van God hun eigen al te menselijke belangen veilig stelden.

De hele buitenkant van de godsdienst stortte in. Het zou niet de eerste keer in de geschiedenis zijn tot in onze dagen toe.

Wat te doen wanneer alles instort wat altijd houvast en zekerheid bood, wanneer aan alles - leer en heiligdom - wordt getwijfeld, wanneer er nergens meer hulp lijkt te zijn?

Het verhaal van de roeping van SamuŽl laat zien hoe er na het instorten van de buitenkant een andere en diepere vrede kan ontstaan die voortkomt uit de roep van God zelf. Waar is daarbij wťl dat juist die weg naar die innerlijke vrede begint met een grote mate van onrust, met kwellende vragen en slapeloze nachten.
Ooit kan ieder van ons voor die vraag komen te staan: wat moet ik met mijn leven, waar ben ik aan toe?

Dan zullen wij - net als SamuŽl -naar erkende autoriteiten gaan, naar onze vrienden en leraren, om hen om raad te vragen, om te weten wat ons te doen staat en waar we aan toe zijn. Maar kunnen zij het laatste antwoord geven? Ook zij zullen - net als Eli - zeggen: "Ik heb je niet geroepen"....

Maar, vervolgt Drewermann dan, met een prachtige uitleg over Eli's antwoord:
"Ik heb je niet geroepen, maar mocht je weer een stem horen, zeg dan: 'Spreek, Heer, uw dienaar luistert'

zouden ook wij niet kunnen antwoorden:

"Ik ben niet jouw God, Ik kan niet voor jou beslissen wie jij voor God bent. Ik heb niet het recht en de bevoegdheid mijzelf in plaats te stellen van het woord van God. Ik weet slechts ťťn ding: je hoeft voor God niet onrustig heen en weer te rennen als een muis voor een kat. In tegenstelling tot menig mens, die voortdurend van mening verandert, spreekt God standvastig steeds weer dezelfde betrouwbare woorden: Wees maar rustig, ga maar lekker slapen.

Als je echter in je binnenste je oor te luisteren legt en Zijn stem hoort, wees dan bereid en verklaar dat je hem begrepen hebt."

Innerlijk luisteren...niet altijd gemakkelijk, maar als we er in groeien,
kan het dan ook zo bij ons zo worden als bij SamuŽl van wie God 'niet ťťn van zijn woorden onvervuld liet? Mag het zo zijn: we weten dat we het belangrijkste in ons leven niet kunnen afdwingen, dat we de grote lijnen van onze toekomst niet van tevoren kunnen uitstippelen. We mogen er echter wel op vertrouwen dat God ons recht zal doen en dat Hij trouw zal zijn aan Zijn woord.