19de Zondag door het Jaar

© Past. Rohling, Heerlen 2005



De leerlingen varen in de boot alvast naar de overkant en Jezus gaar alleen de berg op om in afzondering te bidden. Op de vooravond van de Wereldjongerendagen lijkt dit wel een beetje beeld van wat er nu en straks allemaal gaat gebeuren. De Paus heeft in afzondering op zijn vakantieplaats gebeden en zeker ook geschreven; de jongeren over de hele wereld pakken op dit moment hun koffers om de reis naar de overkant te maken, deze keer heel dicht bij, in Keulen, en zelfs enkele dagen hier bij ons in ons bisdom.

Het doel is, om elkaar te ontmoeten, de jongeren de Paus en de jongeren elkaar. En als je het beeld van de opkomende storm op het meer nog meer op dit gebeuren wilt toepassen, zonder er kunstmatig iets in te leggen, dan kun je er wel niet onderuit komen, dat ook onze wereld, onze Kerk geteisterd wordt door stormen. Terrorisme, honger, werkeloosheid, ontkerkelijking, toenemende agressie, en u vult maar zelf verder in welke stormen over mijn eigen wereld en de grote wereld heengaan. De stormen in het eigen leven kunnen best wel hevig zijn, maar ondertussen kunnen we ze ook relativeren, als je het vergelijkt met wat anderen vaak moeten verdragen. Daardoor wordt de eigen pijn niet minder, maar het verhindert dat men zich zelf opblaast en als middelpunt van alle ellende gaat zien.

In al die grote en kleine stormen van mensenlevens zult u de komende dagen iets zien en meemaken – op TV, radio, kranten of omdat u er zelf bij bent – wat een getuigenis wil zijn van geloof, van hoop, van liefde. De jonge mensen, die nu en de komende dagen op weg gaan naar Keulen brengen ook allemaal hun angsten en stormachtige gedachten en gevoelens mee. En gelooft u maar niet dat het mensen zijn die nog nooit zijn begonnen te zinken, die nog nooit geschreeuwd hebben, zoals Petrus: “Heer, red mij.” Maar ze komen omdat er in hen de hoop leeft dat er Iemand is, die Zijn hand uitsteekt; ze komen, omdat zij niet van te voren al gezegd hebben ‘je doet er niks aan’; ze komen, omdat zij ergens ook beseffen, dat die ene Hand ons allen vasthoudt, maar dat zij door elkaar vast te houden, deze wereld niet willen loslaten. Omdat deze wereld van God is en niet van kwade krachten. Omdat deze wereld de moeite waard is om ervoor te vechten.

Als u straks de dingen zult zien die in Keulen en in onze omgeving gaan gebeuren, zal men makkelijk kunnen denken, dat dat niet de echte wereld is. Waarom? Omdat er niet met geweld wordt opgetreden, maar met gezang en muziek. Niet agressief, maar blij. Niet dreigend, maar uitnodigend. Maar God is niet in het geweld, niet in de agressie, niet in het dreigement. Zoals God bij Elia niet was in de hevige storm, niet in de aardbeving, niet in het vuur. God was in het suizen van een zachte bries. Wij zijn er haast aan gewend geraakt de ‘echte’ wereld te zien daar waar geschreeuw is, waar agressie de boventoon voert, waar geweld de macht grijpt. Dat is de ‘echte’ wereld niet. Dat is de wereld die alleen maar angst, vertwijfeling en haat achterlaat. De ‘echte’ wereld is daar, waar God zijn hand uitsteekt en waar mensen die ook durven vastpakken. Waar eindelijk Iemand eens wat rust en orde kan brengen in je geest, je gevoelens, je ziel. Waar Iemand binnen kan komen, en de storm gaat liggen. Dat zou eigenlijk onze wereld moeten zijn. Ik ben ervan overtuigd: een stuk daarvan kunt u te zien krijgen in de komende twee weken met de Wereldjongerendagen. Kijk er maar naar. Grijp die kans – die uitgestrekte hand - nu het zo nabij komt.