25e Zondag door het Jaar

© Nan Paffen, Heerlen 2009



Vanwege de vredesweek die vandaag begint, wil ik beginnen met een verhaal over de vrede.

Een koning zond twee dienaren uit om in het hele land te controleren of er nog altijd rust en vrede was. Hij stuurde er 2 dienaren op uit. Zij gingen op pad. En ieder zocht op zijn manier of er ergens onraad of verzet te vinden was.

De eerste dienaar kwam al gauw terug en meldde de koning: alles rustig majesteit. Nergens heb ik wapens gevonden, nergens haarden van verzet en overal heerst orde en regelmaat. U kunt rustig gaan slapen.

De tweede dienaar kwam pas jaren later terug. Toen niemand hem meer verwachtte.

De doodgewaande dienaar verscheen voor de koning en zei:

Uw eerste dienaar heeft gekeken of er nergens oorlog was, maar ik ben rondgegaan om te zien of er vrede was. En ik heb de vrede nergens gevonden!

Ik heb niet naar wapens omgekeken, maar ik heb een tijd onder de mensen gewoond. Ik heb gesproken met zieken en bedelaars, met arme boeren, met weduwen en wezen, en nu ben ik terug om te zeggen dat de vrede nog gemáákt moet worden!

Daarom, koning, ben ik zo laat. Vanwege de vrede.

 

Uw eerste dienaar heeft gekeken of er nergens oorlog was, maar ik ben rondgegaan om te zien of er vrede was. Dat zei de tweede dienaar. Hij is onder de mensen gegaan. Heeft gesproken met zieken en armen, met mensen die verdriet hadden. Hij heeft gewoon gedaan wat u en ik elke dag doen: leven met en tussen gewone mensen; buiten de muren van een paleis is de wereld blijkbaar anders.

Er is veel dat een mens bang kan maken. Vrede lijkt soms verder weg dan ooit en de problemen in de wereld zijn zo groot dat een mens ze eigenlijk niet meer kan overzien.

En er zijn mensen die bang zijn voor wat komen gaat. Ziekte of naderende dood. Of de zorg om een kind of kleinkind. En hoeveel mensen zijn er niet bang om hun ware gezicht te laten zien? Er is zoveel maskerade. Mensen die zich anders voordoen dat ze zijn.

Een mens is kwetsbaar….

En al deze dingen hebben niet eens iets te maken met oorlog. Het heeft te maken met ‘vrede’ of –beter gezegd-  ‘onvrede’ in jezelf. Met je eigen gevoelens en emotie van onrust en angst.

 

En dat is denk ik ook wat die 2e dienaar uit het verhaal heeft ervaren. Toen hij met de mensen is gaan praten – gewone mensen, zoals u en ik – heeft hij gezien en gehoord wat er onder de mensen leeft. Hij heeft gehoord van het verdriet van mensen wanneer iemand om hen heen ziek wordt, het leed wanneer je mensen moet loslaten als iemand sterft; hij heeft wellicht ervaren hoe moeilijk het is om met weinig inkomen kinderen groot te brengen en hen te geven, wat anderen om hen heen hun kinderen ook kunnen geven. Hij heeft gezien hoe verdriet en angst mensen tot wanhoop kan drijven, hoe werkeloosheid tot depressie kan leiden of hoe mensen tot de alcohol of drugs geraken. Hij heeft misschien ook gezien hoe relaties tussen mensen te lijden hebben door onbegrip, doordat mensen voor een andere partner kiezen of de strijd (soms zelfs letterlijk) die over de handen van de kinderen wordt uitgevochten. En dan heb ik het nog niet eens over de angsten en  emoties van mensen, als we om ons heen kijken naar ons milieu. En hoe gemakkelijk we daar van mee omspringen zonder ons af te vragen wat dat voor de toekomst betekent….

 

“Daarom, koning, ben ik teruggekomen (zei de dienaar) om te zeggen dat de vrede nog gemaakt moet worden.”

En daarop geeft Jezus in het evangelie van vandaag eigenlijk een heel simpel klinkend antwoord. Als de leerlingen onderweg ruzie gemaakt hebben over de vraag wie nu wel de belangrijkste is, stelt Jezus een kind ten voorbeeld. Een kind, dat zeker in die tijd en die cultuur nauwelijks een stem had, nauwelijks meetelde, zette Hij in hun midden. Dat kind vindt Hij veel belangrijker dan alle hoge heren om hem heen, juist omdat het vraagt om zorg en bescherming. Wie goed zorgt voor een kind als dit, zegt hij, die zorgt voor mij, die zorgt er een beetje voor dat mijn droom werkelijkheid wordt, mijn droom van een wereld waarin niemand aan zijn lot wordt overgelaten, een wereld waarin het welzijn van iedere man, iedere vrouw belangrijk geacht wordt. Wie is de belangrijkste? Eigenlijk is dat geen zinnige vraag. Waar mensen zich met elkaar verbonden voelen, is iedereen even belangrijk. En dat is een prima basis om die vrede waar ook die 2e dienaar naar zocht, dichterbij te brengen.

 

We kunnen ziekte en dood niet uit de wereld bannen (dat zou te mooi zijn), maar we kunnen wel om ons heen kijken en zien wie ziek is of verdriet hebben, wie in nood zijn en waar we iets kunnen helpen. Daarmee nemen we de pijn van de ander niet weg, maar willen wel die ander nabij zijn en ondersteunen en luisteren. We kunnen niet de armoede uit de wereld helpen, maar we kunnen wel bijv. derde wereldproducten kopen. Het zijn vaak die kleine dingen, die het verschil maken. En dat is ook bij de echte vrede zo. Oorlog (of ruzie) ontstaat vaak door hele kleine dingetjes. Vrede kan ook zo groeien. Helpen we elkaar te steunen om samen die vrede waar te maken, hier en nu en overal waar we komen.

Want ook Jezus is gekomen om te zeggen dat de vrede nog gemaakt moet worden.”

 

 

Voorbede.

Laten wij onze gebeden voorleggen aan de God die vrede wil voor iedereen.

 

Laat ons bidden om vertrouwen en diepe vrede voor hen die ziek zijn,
voor hen die gekwetst zijn en alle vertrouwen verloren,
voor
wie ontgoocheld zijn en alle levenslust verloren…

 

Laat ons bidden om vertrouwen en diepe vrede voor de wereld
die zo hitsig is, zo licht ontvlambaar, zo jachtig;

Die zo rusteloos is en herrieachtig…..

 

Laat ons bidden om vertrouwen en diepe vrede voor de kerken,
die
huiverig zijn op echt op weg te gaan naar wie uit de boot vallen,

Die bang is om uit de schulp te komen en nieuwe wegen voor de toekomst te zoeken….

 

Intenties…

 

 

Vredewens.

Laat eindelijk de kinderen spreken,
zij
die dromen hebben, die weten wat de hemel is.

Zij dragen de kiem van vrede in hun hart.

Wensen wij elkaar ook iets van die vrede toe.