Gaan de weg

© Geert Bles, Heerlen 2009



Laat komen Hij die brengen zal vrede, verlangend zien wij naar Hem uit.’ Spreekt daaruit niet een verlangen naar een wereld die anders is dan de wereld waarin wij nu wonen? Een verlangen naar een wereld, waar iedereen - niemand uitgezonderd - menswaardig kan leven? Een wereld waar ouders toekomst zien voor hun kinderen, een wereld waar het milieu niet bedreigd wordt door onverantwoord gedrag? 

 

Maar de wereld waarin wij leven vandaag, lijkt daar zo ontiegelijk ver van verwijderd. Meer dan ooit spreken wij van crisis, en dat op allerhande terreinen:  een financiële crisis, de ondergang van banken; een economische crisis die daar het gevolg van is; een klimaatcrisis (in Kopenhagen begint morgen een topconferentie - het voortbestaan van onze aarde staat op het spel); en er is ook sprake van crisis in de kerk, de leegloop, de kerksluitingen, het tekort aan priesters, het arrogante en dominante gedrag van sommige kerkleiders, die vaak niet verstaan wat mensen bezig houdt.

 

En als wij het woord crisis gebruiken, is onze eerste gedachte dan eigenlijk niet altijd negatief? We denken dan eerst en vooral aan iets rampzaligs, iets onheilspellends, en vragen ons angstig af: waar moet dat naar toe?  Maar een tijd van crisis nodigt juist uit tot nadenken, tot pas op de plaats maken en nieuwe wegen gaan. Elke crisis nodigt uit om terug te kijken op de weg die wij gingen, om ons af te vragen of die weg wel de juiste was. Elke crisis biedt ons de kans om een nieuwe start te maken.

 

Misschien gaan onze ogen open en ontdekken wij dat we eigenlijk het spoor zijn bijster geraakt.  Macht, geld, carričre, positie, ellebogenwerk zijn de gangbare patronen, niet alleen in die grote wereld maar ook vaak dichtbij tussen  mensen. En wij ontdekken, dat wat wij nastreven, ons niet echt gelukkig maakt. Wij stevenen af op meer ellende, armoede, geweld, onderdrukking en onvrijheid.

 

Als ik welke crisis dan ook - financiële crisis, economische crisis, klimaatcrisis, crisis in de kerk of misschien ook wel in mijn persoonlijk leven -  zó wil verstaan, als een oproep tot bezinning en een nieuwe kans, dan ga ik aan de slag.  Dan klinkt het profetenwoord in het evangelie vandaag als muziek in de oren: ‘Bereid de weg van de Heer, maak zijn paden recht; elk dal zal worden gevuld, elke berg en heuvel geslecht; bochtige wegen worden recht, oneffen paden vlak; en alle mensen zullen de redding zien die van God komt.’ 

 

Toch zijn er mensen die denken dat Gód die mooie wereld, die ‘stad van vrede’ maar moet scheppen. Zij voelen zich niet geroepen om zelf in actie te komen. Zij wachten op een wonder. Maar die andere betere wereld, ‘de stad van vrede’, komt niet zomaar uit de lucht vallen. Wij krijgen die mooie wereld niet op een schaaltje aangereikt; zo werkt het niet. Wij mensen hebben een eigen verantwoordelijkheid.

Die bestaat hierin: dat wij - levend in deze wereld - durven leven vanuit  het visioen van ‘de stad van vrede’.  Met andere woorden: dat wij, die in deze wereld leven, niet klakkeloos  met de grote meute meedoen, maar tegen de stroom dúrven ingaan, en daden stellen, die eigenlijk thuis horen in die visioenwereld, in ‘die stad van vrede’. Wij moeten zélf  actief worden, zélf over onze bijdrage aan een nieuwe wereld nadenken en zélf stenen aandragen voor die ‘stad van vrede’. Gerechtigheid is de weg die naar die stad van vrede leidt. Wij zijn ervoor toegerust om die weg te gaan, om gerechtigheid te doen.

 

Het is mogelijk om wat krom en  ón-recht is,  recht te trekken;  gerechtigheid ligt in mensenhanden. Wij staan niet onmachtig, als wij onze krachten bundelen. Ja, wat krom is, moet recht getrokken worden. Wij gaan ertegen aan of de toekomst van óns afhangt. Gerechtigheid is het werk van ons mensen sámen.  

 

En als ik dat zeg ‘gerechtigheid is het werk van ons mensen samen’, dan denk ik bij wijze van voorbeeld aan onze wereldwinkel hier in onze kerkgang, een bescheiden tafeltje met produc­ten uit de zuidelijke, kof­fie, thee, cacao, honing en handwerkjes; vrijwilligers verzorgen dit met veel enthousiasme. En als wij iets kopen, gaan onze gedachten naar mensen ginds, die daarmee toekomst opbouwen voor hun kinderen en - dankzij ons - fier en rechtop door het leven kunnen gaan.

 

Als wij bedenken, dat wat krom/on-recht is door mensen veroorzaakt is, dan moeten wij het ook voor mogelijk houden, dat wíj dat kromme weer recht kunnen trekken, dat wíj onrecht weer ongedaan kunnen maken. Gerechtigheid doen ligt in mensenhanden. We staan er niet alleen voor; we leven in deze parochie als een kleine gemeenschap van mensen in die grote wereld. Als wij ons samenpakken als gemeenschap, kunnen wij er wat aan doen, kunnen wij stenen aandragen voor die ‘stad van vrede’…. gaan-de-Weg.