Talenten in Vertrouwen

© Nan Paffen, Heerlen 2005



Het verhaal van de talenten is een heel bekend verhaal. Het verhaal van de Heer die op reis gaat en zijn dienaars achterlaat met een aantal talenten. Een talent is geen munt, maar een gewichtseenheid, ongeveer 30 kg. Het gaat in deze gelijkenis dan ook om een heleboel geld; een talent stond gelijk aan meerdere jaarsalarissen. Het was dus niet niks, wat de Heer aan de drie dienaren aanbood. In ons taalgebruik is deze oorspronkelijke betekenis van ‘talent’ echter helemaal verdwenen; we beschouwen talent nu veel meer als een gave, een kwaliteit, als iets wat iemand goed kan. Een tekentalent, muziektalent, een rekenknobbel, een talenwonder, iemand die creatief heel goed is, enz. die betekenis hebben we afgeleid uit de diepere betekenis die achter dit verhaal steekt, namelijk dat God alle mensen ‘talenten’ geschonken heeft en dat wij geroepen zijn daar iets mee te doen; dat wij geroepen zijn om met onze mogelijkheden iets goeds van ons leven moeten maken.

In mijn herinnering staat in deze lezing het opgeheven vingertje centraal. Denk erom, als je jouw gaven verkwanselt, als je alleen maar uit bent op eigen voordeel en eigen geluk, dan vergaat het je als die derde dienaar. Dan haal je je het ongenoegen van God op de hals.

 

Als christenen hebben we veel talenten gekregen, zo hoorden we net in de eerste lezing:

Geloof, hoop en liefde, de 8 zaligsprekingen, het onderling dienstbetoon, de broederlijke of zusterlijke eenheid, een begaanbare weg, een betrouwbare reisroute, voedsel voor onderweg, het gebed, vrede en vreugde.

Denk er dus om dat je die goede gaven niet verkwanselt.

 

De jongeren die de viering van morgen voorbereid hebben, hebben mij op een heel andere wijze leren kijken naar het verhaal van de trouwe dienaars. Zij haalden een heel ander thema uit dit verhaal naar voren, nl het thema ‘vertrouwen’. Vertrouwen in talenten, talenten in vertrouwen.

Hier spreekt een heel andere houding. Hier spreekt iets uit van het vertrouwen dat God (de meester in deze tekst) heeft in zijn dienaren, in ons dus. Het vertrouwen dat wij mensen allemaal talenten waard zijn en dat wij allemaal de moeite waard zijn om iets heel kostbaars aan toe te vertrouwen. En tegelijkertijd ook dat wij onze talenten,  onze mogelijkheden alleen maar kunnen benutten als anderen ook vertrouwen hebben dat wij dat kunnen. Dat wij  elkaar  zo benaderen, dat iedereen zijn of haar talenten kan ontdekken en daarin kan groeien.

Ik moest denken aan die groep jongeren op de debatavond, die hier in de wijk, in de Caumerbron is gehouden en waarin jongeren tot ideeën en uitspraken kwamen, die mij (en anderen wellicht ook) zeer verrasten. Zo wilden zij graag op bezoek gaan bij oudere mensen en met hen praten over vroeger, en over wat hen nu bezig houdt. Ze wilden hun verhalen horen en beter begrijpen. Ik denk dat dit idee spontaan ontstaan is die avond, omdat er over en weer vertrouwen werd uitgesproken in elkaar.

Ik moet ook denken aan onze viering van de ziekenzalving. Deze werd in het verleden altijd voorbereid door een groepje ‘deskundigen’, mensen die ‘verstand’ hadden van vieringen maken. Toen we op het idee kwamen dat we de mensen om wie het ging moesten vragen om de viering mee voor te bereiden, bleek er een veel mooiere en betere viering te ontstaan, dan in het verleden ooit gemaakt. Mensen groeiden en er kwamen talenten naar boven, omdat zij het vertrouwen kregen dat ze een belangrijke inbreng hadden.

Ik ken een man, die bang is voor alles wat met dokter of ziekte te maken heeft. Toen zijn zus ziek werd, was hij de eerste die haar verzorging op zich nam. Na haar dood bleef hij een gewaardeerd vrijwilliger in de verpleegklinieken. Hij steeg boven zichzelf uit.

Ik kan het ook vanuit mijn eigen ervaring staven. Het houden van een avondwake is voor mij een moeilijke klus. Ik doe het zelden, omdat ik nogal een huilerig type ben. Als mensen in de kerk verdrietig zijn, ga ik mee huilen. En dus hield ik me verre van alles wat met uitvaart en avondwake te maken heeft. Tot op een dag er geen ander was, die het kon doen. En de betrokken familie stelde zoveel vertrouwen in mij, dat het uiteindelijk heel goed is gegaan. Dat vertrouwen kan het beste in iemand naar boven halen.

En ik denk zeker dat u dat met eigen voorbeelden kunt aanvullen.

Zo stel ik me nu God voor: als iemand die zoveel vertrouwen in ons mensen heeft, dat hij ons zijn hele bezit toevertrouwt, de aarde en de mensen die er leven.  Hij vertrouwt erop dat wij daar iets moois van maken, een mooie wereld voor alles en iedereen op die wereld.

En ik geloof daar in. En ik zie het ook om me heen. Als je maar met de juiste bril op kijkt, als je maar ook de goede dingen wilt zien. Als je vertrouwt dat mensen goede dingen zullen doen, dan zul je dat ook eerder terugzien, dan wanneer je vanuit wantrouwen of argwaan mensen benadert. Zo hebben die jongeren mijn ogen ook geopend. En daarom kan ik ook anders naar die eerste tekst kijken:

 

Als christenen hebben we veel talenten gekregen:

Geloof, hoop en liefde,
de 8 zaligsprekingen, het onderling dienstbetoon,
de broederlijke of zusterlijke eenheid,
een begaanbare weg, een betrouwbare reisroute,
voedsel voor onderweg, het gebed,
vrede en vreugde.

God vertrouwt het ons toe. En Hij heeft er vertrouwen in dat wij het op een goede manier gebruiken. Vanuit dat vertrouwen voel ik mij gesterkt om het waar te maken. Het voelt niet als een plicht, als iets dat van boven af mij wordt opgelegd omdat ik anders niet ‘goed zou leven’. Het voelt als een innerlijke drang, een innerlijke kracht om geloof, hoop en liefde door te geven, om te zien waar een ander mij nodig heeft, om vrede en vreugde te brengen in mijn omgeving. En het lijkt of anderen jou op dezelfde manier tegemoet treden.

Zo kan vertrouwen groeien. zo kan ieder mens zijn eigen talenten laten zien en die van een ander waarderen.

Amen.