Eerbied Over en Weer

© Geert Bles, Heerlen 2001



Inleiding:

Vandaag viert de kerk het feest van de H.Familie. De tekst van Jezus Sirach in de eerste lezing is de meest uit­voerige uit­leg in de bijbel van het vierde gebod: Eert uw vader en uw moeder. Hoe tijd/cultuurgebonden die tekst ook is, de grondgedachte is van alle tijden: Ouders zijn dragers en door­gevers van de traditie; zij wijzen de nieuwe generatie de rich­ting voor een menswaardige samen­leving.

 

Preek:

Het evan­gelie eindigt met het bericht, dat Jozef zich met Jezus en Maria vestigt in Nazaret. Daaruit is het lieflijke beeld ontstaan van het gezin van Nazaret. Dit gezin werd tot model verklaard voor alle gezinnen, toen het feest van de H.Familie ingesteld werd in het begin van de vorige eeuw.

 

Ik heb meerdere malen aan het sterfbed gestaan van mensen. Ik ben dan vaak heel verbaasd, dat mensen zo vredig kunnen heen­gaan. Volgens mij hebben die vrede en overgave te maken met het feit dat kinderen het goed doen, niet in de zin dat ze geweldige banen heb­ben, maar in de zin dat ze de waarden, die zij van hun ouders hebben meegek­regen, weer doorgeven aan hun kinderen. Hun erfgoed is veilig ges­teld, en ze kunnen daarom gerust en tevreden heen­gaan, omdat zij weten dat ze dóór­gaan in hun kinderen en hun kleinkinderen, niet alleen physiek, ook gees­telijk.

 

Dat is ook de teneur van de eerste lezing van vandaag: Kinderen, jullie ouders verdienen eerbied, want ze hebben waarden en normen in hun rug­zak, die ze van hún voorouders hebben meegek­regen en die ze - opnieuw gemodelleerd en gepolijst in hún leven - aan jullie door­geven. Jullie zijn de volgende schakel in die lange levende traditie.

 

Het gezin is de ge-eigende bedding voor het doorgeven van waar­den en normen. Als het gezin van Nazareth ten voorbeeld ges­teld wordt, dan moeten we weten dat dit ook dáár zo gebeurd is. Ook Maria en Jozef hebben hun taak als ouders serieus genomen. Ook zij stonden in een traditie van het verbond met de God van Israël, wiens Naam is 'Ik ben er voor jou' en die zich heeft laten kennen aan kleine mensen. Ook zij hebben aan dat geloof op hún eigen wijze gestalte gegeven, en daarmee een grote rol gespeeld in de geloofsvor­ming van Jezus.

 

Maar tegelijkertijd hebben zij Hem de ruimte gegeven/moeten geven om zijn eigen weg te gaan. Want er is altijd een spanning geweest tussen Hem en zijn familie, want het ging Hem om een andere familie, een ander huis, een andere vader en moeder. Veel meer dan om bloedver­wantschap gaat het Hem om geestver­wantschap, om de wil van zijn Vader in de hemel. De relatie met zijn ouders kent momen­ten van frictie. Als twaalfjarige gaat het huis van zijn vader al vóór op het huis van Nazaret. Toen mensen Hem onder­weg ooit zeiden "Jouw moeder en broers willen je spreken", gaf Hij botweg ten antwoord "Waar hebben jullie het over; mijn moeder en broers zijn zij, die het woord van God horen en ernaar han­delen".

 

Zo zullen ouders vandaag van het gezin in Nazareth kunnen leren, dat ze nooit over hun kinderen mogen beschikken of ze klein mogen houden. Zoals Kahlil Gibran zo treffend zegt: "Als ouders mag je proberen aan je kinderen gelijk te worden, maar tracht niet hen aan jezelf gelijk te maken. Je mag wel de lichamen van je kinderen huisves­ten, maar niet hun zielen, want die toeven in het huis van morgen, dat je als ouder niet bezoeken kunt, zelfs niet in je stoutste dromen."

 

Kinderen zijn uniek en hebben het recht en de opdracht hun eigen weg te gaan. Op het slot van de doopviering, die in deze kerk wordt gehouden, spreken ouders op deze manier tot hun kind: "Jij mag ons eenmaal verlaten. Dat zat erin toen je geboren werd. Weet dat al wat wij doen voor jou voorlopig is.Je hoeft niet te worden wat wij wen­sen. Je hoeft niet te doen wat wijzelf niet konden. Je moet worden waarheen jezelf wijst, je eigen wonder."  

 

Ja, kinderen mogen verwachten: Geborgen­heid en ruimte, waarin zij zichzelf kun­nen worden. Ze hoeven geen succes­kind te wor­den en geen kopie, van niemand. Ouders zullen hun kind nabij blij­ven, ook als het eigen wegen gaat, in eigen tempo, wat niet wil zeg­gen, dat je als ouder alles goed­keurt. Kinderen leven in hún tijd, met hún problemen en hún mogelijkheden. Soms houden ouders hun hart vast en ervaren pijn, als hun kind een weg gaat die zij niet kunnen volgen. Maria en Jozef kunnen spreken van ervaring. 

 

Alleen waar ouders zó met hun kinderen omgaan, hen het vertrouwen en de ruimte durven geven om eigen wegen te gaan, dáár groeien respect en dankbaarheid bij de kinderen jegens hen.