Kom in beweging

© Geert Bles, Heerlen 2010



God is aanwezig in onze wereld, in ons leven. H/Zij heeft een Naam: 'Ik ben er'. Maar zijn aanwezigheid betekent niet dat wij op non-actief kunnen. God maakt zich afhankelijk van ons voor de verwezenlijking van zijn Koninkrijk. ‘Ik zal er zijn’, zegt hij, als jullie in beweging komen.

 

Ik neem u mee naar het verhaal van de brandende doornstruik, dat u zojuist gehoord hebt in de eerste lezing, het roepingsverhaal van Mozes. God doet daarin een appèl op Mozes. "Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien", zegt Hij.  "Ik ken hun lijden en ben afgedaald om hen te bev­rij­den".  En dan: "Ga jij er dus heen, Mozes. Ik heb jou nodig; Ik ga het volk bevrijden dóór jou. Ik zend jou naar de Farao. Jij moet mijn volk uit Egypte leiden". Zó versta ik dit verhaal van de roeping van Mozes: God bevrijdt door de inzet van Mozes.  “Als jij”, zegt God, “in beweging komt uit die ellende, dan zullen jij en je volk ervaren dat Ik er ben”.

   

Dit verhaal van het volk van Israël in bal­lingschap in Egypte en van de roeping van Mozes om het te bevrijden is niet slechts een oud verhaal van toen, maar het is uiterst actueel vandaag. Ellende en uitbuiting treft ook mensen vandaag: ik noem  het ten-hemel-schreiende onrecht van de tweedeling rijk-arm in de wereld. Maar ook in ons eigen land heerst vandaag stille armoede; meer gezinnen dan we vermoeden worden getroffen door de economische crisis en redden het niet de eindjes aan elkaar te knopen. Ik wil echter ook een andere vorm van ellende noemen, die velen van ons de laatste weken bezig houdt, zo niet opstandig maakt en in verwarring brengt, de ellende in de katholieke kerk: Het optreden van de pastores ten opzichte van mensen, die seksueel anders geaard zijn, door hen uit te sluiten van de communie; het aan het licht komen van seksueel misbruik door priesters in de seminaries in het verleden; maar ook de controverse tussen de bisschoppen en de organisatie SOLIDARIDAD, een organisatie die in onze ogen juist een structurele oplossing zoekt om de armoede de wereld uit te helpen door zich voluit te richten op eerlijke handel.

 

Hoe gaan wij  daar mee om, met al deze actuele toestanden en gebeurtenissen in de wereld en in de kerk vandaag? Hoe reageer ik? Hoe reageren wij als parochie?

 

Wij hebben de verkiezingen achter de rug. Ongeveer 50% van de burgers zijn naar de stembus gegaan; de andere 50% niet. Waar wijst dat op? Dat de helft van de bevolking de schouders ophaalt en zegt: Het haalt toch allemaal niets uit; ik hou het voor gezien; ze doen maar; ik doe niet meer mee? Moet ik het zó verstaan, dat  de helft van de bevolking zich neerlegt bij de slechte economische situatie in ons land….bij de verschrikkelijke tegenstelling arm/rijk in de wereld?  

 

En hoe reageer ik als persoon, of als parochiegemeenschap op de recente gebeurtenissen in de kerk? En op de mistoestanden, die in het verleden hebben plaats gevonden?  Er is veel over gepubliceerd in de media, er is veel over gesproken op radio en TV. Er wordt veel over gepraat, omdat mensen diep  geschokt zijn door het gedrag van hun voorgangers. Maar wat doen wij metterdaad? Sommigen van ons halen hun schouders op, trekken zich terug, willen niets meer met de kerk van doen hebben; ze laten zich letterlijk uitschrijven. Maar anderen zeggen: Geen sprake van, en gaan aan de slag op hun plek, om de kerk op lokaal niveau te maken wat zij - volgens hen - moet zijn, een kerk zoals ze door Jezus Christus bedoeld is. Een gemeenschap die iedereen verwelkomt en opneemt, met name hen, die kwetsbaar zijn en zich buitengesloten voelen of ook letterlijk buitengesloten worden. 

 

En als ik denk aan hen die buitengesloten worden, dan kijk ik ook verder, ver buiten onze grenzen. Al een paar jaar willen wij ons bondgenoten tonen van mensen  in Sierra Leone, die op hun plek strijden voor een menswaardig bestaan. Dat is de diepste reden, waarom wij een band willen hebben met dat land, waar mensen - onder veel moeilijker omstandigheden dan wij - eigenlijk hetzelfde willen dan wij hier. Twee van ons zullen - in de loop van dit jaar - namens ons  gaan kijken, hoe met name vrouwen zich ontworstelen aan hun armoede en onderdrukking. Geen zielige, maar sterke vrouwen, die zich niet neerleggen bij hun situatie, maar aan de slag gaan om gerechtigheid, om gelijkwaardigheid voor vrouwen, om  hun kinderen toekomst te geven. In dat proces willen wij hun nabij zijn, met hen op weg gaan, solidair met hen zijn, bouwen met hen aan een toekomst voor henzelf en voor hun kinderen.

 

Het is in deze houding en in deze handelwijze, dat ik het verhaal van Mozes’ roeping herken. Wij gaan niet bij de pakken neerzitten, maar gaan aan de gang in onze parochie om hier ter plekke een andere kerk neer te zetten. We nemen geen genoegen met de genoemde ellende, maar nemen onze eigen verantwoordelijkheid hier in de Andreas serieus. We bezinnen ons met elkaar op de Naam van God, en op wat dát betekent voor ons in ons gedrag, in onze relatie met onze medemensen, dichtbij en ver weg. We kijken hoe Jezus zich gedroeg, hoe hij omging met mensen, met name met de meest kwetsbare mensen. Want het is Hij, die als geen ander de Naam van God - ‘ik zal er zijn’ - heeft waar gemaakt.   

       

Ik vertrouw erop dat  wij in dit proces elkaar tot zegen zullen zijn. En dat wij  in dit proces Gods aanwezigheid zullen ervaren.  “Ik ben er” is immers zijn Naam; “Ik ben er”, als/wanneer jullie in beweging komen.