4e Zondag van de Advent

© Mariet Stikkers, Heerlen 2009



Wat is dat toch in ons dat oude verlangen naar een wereld van vrede en harmonie? Wat is dat toch, dat ons steeds opnieuw weer kracht geeft, op de been houdt, tegen alle noodlot in, tegen alle verdriet in, maar ook tegen ons egoÔsme en eigenbelang in en tegen alle doemdenken? Wat is dat toch dat ons zo intens doet hopen dat het goede aan de wereld, aan de ander en aan onszelf zal gebeuren, dat de donkere tijden voorbij zullen gaan?

Het is de kracht van het visioen, het visioen dat alle eeuwen door de mensen heeft bemoedigd en overeind gehouden; het visioen dat uiteindelijk het goede zal overwinnen, hůe dan ook. Het is in ons hart gelegd bij onze geboorte en het is onuitwisbaar, letterlijk niet uit te wissen, niet weg te poetsen, ook al kunnen zwaar verdriet en grote zorgen, maar ook drukte en zelfgenoegzaamheid het tijdelijk verduisteren.

We hebben het licht van de vierde kaars ontstoken omdat we in dat visioen geloven. Daarom ook zijn we bij elkaar gekomen om te bidden en te zingen en in de Schrift te lezen hoe mensen de eeuwen door de hoop hebben bewaard, tegen alle duisternis en bedreiging in. Hoe zwart ook de tijden, er waren altijd weer profeten die de mensen bemoedigden en het goede naar boven haalden: de hoop, de belofte van God dat hij trouw is aan de mens omdat hij zo intens van ons houdt en ons diepste geluk wil. Daartoe zijn wij immers geschapen, dat is de wezenlijke bedoeling van ons leven!

 

De profeet Micha is een van die profeten. Hij leefde in de zevende eeuw voor Christus, ruim 2700 jaar geleden dus! In zijn tijd was er veel sociale ongerechtigheid in IsraŽl, veel ongelijkheid, de machtigen tegenover de onmachtigen. Het is niet zo moeilijk om ons daar iets bij voor te stellen! Ook nu zijn er immers enorme verschillen in de maatschappij. Ook nu tellen mensen niet mee. Marcel van Dam noemt ze de Ďonrendabelení, letterlijk: zij die geen nut hebben. Mensen die geen nut zouden hebben? Dat kan toch niet! Ja het kan wel. van Dam maakte er een indringende film over die je aan het denken zet en aan je geweten knaagt. Hoe gaan wij eigenlijk om met elkaar? Wat vinden we belangrijk in het leven? Zien we nog dat er mensen uit de boot vallen en zien we nog naar hen om? Gaan zij ons ter harte of gaan wij alleen onszelf ter harte? Zijn we nog wel naasten van elkaar? Het zijn vragen waar we niet omheen kunnen, vragen die knagen.

 

Micha spreekt het stadje Bethlehem toe, letterlijk betekent dat: Huis van Brood. Ook daarbij is het niet moeilijk ons iets voor te stellen. Huis van Brood, denken we maar aan onze voedselbanken als tegenkracht voor de sociale ongerechtigheid in onze dagen, waar het brood wordt uitgedeeld aan hen die geen brood hebben. Ze zijn een aanklacht voor onze welvaart. Ze zouden er eigenlijk niet moeten zijn maar ze zijn desondanks een gebaar van hoop voor velen.

Ook de profeet Micha is ondanks alles vol hoop. Hij wil troosten en uitzicht bieden aan het volk van IsraŽl dat innerlijk verdeeld is geraakt en waar de onderlinge liefde ver is te zoeken. Vrienden zijn vijanden geworden. Hij wil de oude belofte in herinnering brengen: God heeft een verbond met ons gesloten, we hebben een roeping tot het goede, tot vrede en tot zorg voor elkaar. Luister Bethlehem. Al ben je maar klein en onaanzienlijk: uit jou zal een kind geboren worden dat eenheid zal brengen en vrede. Ja een kindje! Kan dat niet? Het kan wel! Geloof het maar! Vertrouw het maar! Het komt goed! God zelf staat garant. Durf je over te geven aan die droom, ook al zie je er misschien nog niets van.

Gaan-de-Weg, als mensen de goede weg gaan, zal het werkelijk gebeuren. We geloven niet in fabeltjes of luchtkastelen, daar zijn we te nuchter voor. Maar kunnen we wel geloven in de kracht die in onszelf schuilt, de kracht van God, de kracht om het goede te bewerken? Kunnen we in dat wonder wel geloven? Of zijn we ook daar te nuchter voor?

 

Sommige mensen hebben een extra zintuig, zo lijkt het wel, een zintuig voor de binnenkant van zichzelf en van de ander, een zintuig voor het goede, het mooie, het beloftevolle. Elisabeth is zo iemand. Ze is zwanger, net als Maria en ze voelt met haar eigen binnenste het binnenste van Maria aan. Ze voelt dat Maria de vervulling van een visioen in zich draagt: het kindje in haar buik is de Heer zelf. En - zo hoorden we - Elisabeth schreeuwt het uit van vreugde. De kracht van de Geest in haar is niet te houden. Ze voelt het met heel haar wezen, in al haar vezels: een nieuwe tijd zal aanbreken. Dit komende kindje van Maria zal die de verwachting vervullen, dit komende kindje zal zich geven voor de vrede en voor het goede in de wereld. Het onmogelijke zal mogelijk worden.

 

Bethlehem, Huis van Brood. Heerlen, Huis van ?????? Ja waarvan?

Hoe zullen wij Kerstmis vieren? Hebben wij ook iets van de hoop van Micha en Elisabeth? Zijn wij zoals Maria bereid om God bij ons binnen te laten? Hij wil immers ook in ons geboren worden en aan het licht komen. Zijn wij bereid om ruimte maken voor de A(a)nder met een kleine en een hoofdletter? Dat vraagt om aandachtig leven, om open ogen en een open hart voor alles om ons heen. Ieder van ons heeft toch het verlangen en de goede wil om Gaan-de-Weg dat visioen van een betere wereld gestalte te geven, misschien niet meteen in grootse, wereldwijde daden maar toch zeker wel in het omzien naar elkaar, elkaar een helpende hand toesteken, een hartelijk woord geven, delen wat we hebben. Dat is brood om van te leven, leven voor onszelf en voor de ander. Laten we het goede in ons de ruimte geven, laten we blij zijn om onze gaven, het zijn Godsgeschenken. Laten we ervan doorgeven aan anderen. Zo worden we allemaal gelukkiger. Laten we vreugdevol en verwachtingsvol op weg gaan naar Kerstmis, op weg gaan naar Bethlehem, het huis van brood voor de wereld.

Laten we ons dat herinneren als zo dadelijk het Heilig Brood gedeeld wordtÖ..