Allerheiligen 2006

© Nan Paffen, Heerlen 2006



Een hele poos geleden zag ik op tv een documentaire over een begrafenisondernemer in Amsterdam, een klein bedrijfje. Zij hadden de taak (vanuit de gemeente) om mensen te begraven die niemand hadden om hen te begraven: zwervers die gevonden waren, mensen die weken in huis tussen het vuil gelegen hadden…

Zij vertelden hoe zij hun best deden er iedere keer iets moois van te maken. Ze zochten tussen de spullen die iemand had achtergelaten naar iets persoonlijks, naar een toevallig of oud adres, om toch nog iemand uit te nodigen, naar aanwijzingen waar de overledene van hield om zo het afscheid toch wat persoonlijker te maken. Soms was er helemaal niemand en pasten ze in één auto. Maar ook dat deden ze. Voor iedereen een waardige uitvaart, een buiging, hoed af en in stilte teruglopen over het grind.

“Gelukkig de barmhartigen, ze zullen barmhartigheid ondervinden”.

 

In het evangelie prijst Jezus hèn gelukkig, die het meestal niet maken in onze wereld, die niet gezien of gehoord worden. In onze maatschappij herkennen we dit nauwelijks meer, het is zo tegenstrijdig aan de manier waarop onze westerse cultuur nu is. De voorbeelden van die begrafenisondernemer moet je vaak met een lampje zoeken.

Want hoe is het als je arm bent van geest, als je het niet meer weet, als je geen antwoorden hebt op wat je tegenkomt, als je stil valt…..

Hoe gaat het als je moet leven met verdriet? Dan moet je toch flink zijn, doorzetten, op je tanden bijten en niet te lang treuren….?

Hoe vergaat het de zachtmoedigen, degenen die niet van zich af kunnen bijten….?

Hoe vergaat het de slachtoffers van de schipholbrand, nu een jaar geleden…?

Hoe is het als je opkomt voor gerechtigheid, als je laat merken dat collega’s te ver gaan, als je opkomt voor een klasgenoot die niet meetelt…?

Hoe vergaat het je als je vrede wilt brengen bij iemand die vol zit van wrok en haat…?

 

Jezus prijst hèn gelukkig die aan de rand van de samenleving worden gezet. Voor God zijn zij het, die Hij ziet; God plaatst hen op nummer 1, God zet hen in zijn licht, God hangt hen als het ware een medaille om.

In de Amsterdam Arena zingen ze: we are the champions, no time for losers.

Jezus draait het net om: er is wel tijd voor ‘losers’, de kwetsbaren en weerlozen worden geprezen en zij die voor hen opkomen.

 

Als pijn en lijden, ziekte en dood in je leven komen, wordt je heel kwetsbaar. Dan voel je aan den lijve hoe hard en snel onze samenleving is en hoe klein je eigen wereldje dan wordt. Je leven wordt beheerst door pijn en verdriet, maar ook door veel kleine momentjes van geluk, van diepe verbondenheid en dank. We ervaren pas dan wat er werkelijk toe doet in het leven, wat ècht van waarde is.

 

Vragen en herinneringen aan afscheid en einde, aan breuk en verlies, ze houden ons altijd weer bezig. Ook de vraag van het leven na de dood, de vraag waar onze dierbare partner, vader/moeder, zoon/dochter, zus/broer, vriend/vriendin nu is, waar zijn ze en wat voelen zij nu? Wat blijft over, als we niet meer kunnen dromen of fantaseren?

We voelen in elk geval dat onze dierbaren niet weg zijn, dat ze nog om ons heen zijn; ze horen nog bij ons en in de verhalen blijven ze ook in ons midden leven. Wij blijven altijd met elkaar verbonden, omdat zij ervoor gezorgd hebben dat wij zijn zoals wij zijn, door hun leven zijn wij gevormd, hoe dan ook. En vaak blijven zij in onze herinnering als voorbeeldfiguren, als mensen die ons het goede voorbeeld gegeven hebben.

Maar verder? Dit zeggen ook mensen die niet in een God geloven. Heeft ons geloof ons dan niet meer te bieden?

De paaskaars zet ons een stuk op het spoor: het toont ons de weg die vaak tegen een muur aan knalt, onze levensweg die soms stuk loop op een blinde muur van angst en pijn, van lijden en dood, van oorlog en haat, van uitzetcentra en slechte jeugdzorg, van vluchten en nergens thuis mogen zijn. Maar de muur heeft ook een gat, waaruit een kruis ontspringt. Het kruis van Jezus van Nazareth, die aan den lijve ervaren heeft wat pijn en lijden is, die wist dat het kiezen voor weerloze en kwetsbare mensen hem vaak niet in dank werd afgenomen. Maar daardoor kon hij wel die muur van pijn en verdrieten doorbreken; door zijn optreden gaf hij mensen weer wat uitzicht. Zelfs het uitzicht op leven na de dood. Door zijn kruis durven wij nu geloven in die weg achter het kruis: het is niet voor niets geweest; de levensweg van mensen heeft uitzicht over het kruis heen.

 

We weten het niet zeker, we kunnen niets bewijzen, maar met de tekst van Jesaja in ons hoofd, durf ik zeggen: vertrouwen blijft over, want: “Jahwe de Heer vernietigt de dood voor altijd. Hij veegt de tranen van alle gezichten”.  Vertrouwen blijft over, vertrouwen op die God. Het vertrouwen dat je steeds weer overeind helpt na iedere tegenslag, na iedere bittere pil die je te slikken krijgt, bij ieder onverdiend verlies. Vertrouwen over de grenzen van de dood heen, omdat liefde sterker is dan de dood…, omdat we hebben bemind en omdat God liefde is. In dit vertrouwen weten we dat onze dierbaren in Gods liefde zijn. Zij rusten echt ‘in vrede’. Amen.