God onder Ons

© Geert Bles, Heerlen 2005



Vannacht vertelde Lucas ons het verhaal van de wonderlijke geboorte van het goddelijk kind in de stal; het is alsof hij erbij heeft gezeten op zijn schrijversstoeltje, tussen de herders, het allemaal van nabij heeft gade geslagen en de engelenmuziek heeft gehoord, een soort ooggetuige verslag. De evangelist Johannes vertelt ons op deze kerstmorgen over hetzelfde gebeuren, maar vanuit een heel andere optiek. Hij schrijft 50 jaar na de dood van deze bijzondere mens. Hij reflecteert over wie dit kind, deze bijzondere mens, was en wat met zijn komst in onze wereld op gang is gebracht; een theologisch verhaal.

 

Johannes is niet zo geïnteresseerd in hoe, waar en wanneer Jezus precies geboren is, en wat daaromheen allemaal gebeurd is.Wat Hem interesseert is: wie is Jezus, waar komt Hij vandaan, waar ligt zijn begin, en wat heeft Hij teweeggebracht in onze geschiedenis?

 

Daarom begint hij zijn verhaal met “in het begin” en hij legt het als het ware naast het verhaal van de schepping, dat ook opent met “in het begin”. In het scheppingsverhaal staat Gods woord aan het begin van alles wat geschapen is; elk van de zes dagen begint met: ‘God sprak’ en de schepping ontvouwt zich voor onze ogen.

 

Gaat het eigenlijk sindsdien ook niet zo met de schepping van elk nieuw mensenkind? Ontstaan ook wij niet uit de woorden: ik houd van jou? een lief woord wordt mensenkind.

 

Zo ontstond ook de nieuwe wereld door Gods spreken;  Gods woord wordt mens in Jezus van Nazaret; daarover wil Johannes vertellen in zijn evangelie; het is zijn theologie in een notendop: God die letterlijk vlees en bloed wordt in Jezus, aan het licht komt in Hem.

 

Daarop willen wij met de evangelist Johannes doordenken: ”Gods woord is vlees geworden, en is onder ons zijn tent komen opslaan; wij hebben zijn heerlijkheid gezien.” 

 

Het gaat met kerstmis niet zozeer over iets dat in een ver verleden, 2000 jaar geleden, gebeurd is. Het gaat over iets heel concreets, iets heel nabij en belangrijk voor ons nu, over de vraag namelijk, die in elk van ons leeft: een mens te zijn op aarde, hoe doe je dat? Het gaat over God dichterbij te brengen door zo goed als God te zijn; over God aan het licht brengen in deze wereld,door in het voetspoor van zijn Zoon te gaan.

 

Want wat liet Jezus zien? Dat echte menselijkheid, zoals die uiteindelijk door God bedoeld is, mogelijk is en voorkomt, al wordt ze ook elke dag weersproken door schreeuwerige oorlogstaal, door agressie en geweld, op grote schaal en op kleine schaal. Jezus zet ons telkens weer in beweging en houdt ons in de buurt van het kostbaarste dat diep in ons leeft: de mogelijkheid tot ‘goddelijke mildheid en trouw’. Jezus laat zien dat het anders kan, dat het niet hoeft te blijven zoals het is.

 

Wij verwonderen ons erover, dat we – na 2000 jaar – nog niet zijn uitgekeken op Hem. Ondanks al onze vraagtekens en twijfels voelen we aan dat de manier waarop Hij het oude visioen van Israel opnieuw heeft aangewakkerd, niet vluchtig en voorbijgaand is. In Hem komt iets naar ons toe, dat op de een of andere manier blijft boeien.

 

Hij deed dat eigenlijk heel eenvoudig. Hij begon zelf een licht te zijn voor iedereen die Hij tegenkwam, gul en zonder aanzien des persoons, zonder te letten op arm of rijk, op invloedrijk of uitgestoten. Hij genas de dochter van een voorganger in de synagoge, de dienaar van een honderdman, maar ook de dochter van een buitenlandse vrouw. Hij ging om met schriftgeleerden en rijke weduwen, maar ook met tollenaars en publieke vrouwen. Hij liet zich niet afschrikken door melaatse mensen. Hij genas op sabbat en bracht troost en bemoediging aan mensen die het niet meer zagen zitten. Hij vertelde over God die van alle mensen houdt, die je Vader of Moeder mag noemen, op wie je altijd mag vertrouwen. Zo bracht Hij God aan het licht.

 

Zo kan er met ieder van ons iets goeds gebeuren. Bijna alle bijbelse verhalen gaan erover, dat mensen kunnen opengaan voor wat ze zelf  niet hadden bedacht of  voor mogelijk gehouden, en dat hun leven kan veranderen.  Bethlehem mag in zekere zin lang geleden en voorbij zijn, maar dat er iets in ons kan plaats vinden en groeien van Christus, dat is allesbehalve voorbij.

 

Jezus heeft laten zien hoe wij bedoeld zijn, hoe wij kunnen worden als mens. Hij is de uitvergrote foto van wat er diep in ons allen aan hunkering en verlangen en potentieel leeft. In Hem mogen wij onze diepste aanleg kennen.  De echte mens, de mens zoals die bedoeld is, sluimert in ieder van ons.  Daarmee raken wij aan de kern van het evangelie vandaag: wij zijn niet alleen maar vlees en bloed, niet uit man en macht, maar uit God geboren. Wij zijn, ondanks al onze tekorten en beperkingen, dragers van een groot geheim, van de bijna onbeperkte mogelijkheid  om als mens zo goed als God te zijn.