Sacramentsdag

© Geert Bles, Heerlen 2003



Deze kerk heeft  een  bijzondere  - in mijn ogen -  rijke symboliek. U ziet in de buitenwand de Romeinse cijfers 1 t/m 12, dat denkt u tenminste, in tegendraadse richting. Wat betekent dat? De cijfers duiden op de oude traditie, de twaalf stammen van Israël, het volkje dat God heeft uitgekozen om uit te dragen, wie Hij is (‘Ik ben er voor jou’), en  om zijn bedoeling met de wereld, met de mensen, gestalte te geven. Zouden daarom die cijfers in tegendraadse richting staan afgebeeld? Gods bedoeling staat immers haaks op dat wat mensen nastreven/najagen;  God wil  ‘deze wereld omgekeerd’.

 

Ik zei: u ziet de Romeinse cijfers 1 t/m 12, dat denkt u. Want, als u goed kijkt, mist u een cijfer, daar waar u de kerk binnenkomt. Dat vind ik boeiend en betekenisvol: onze  gemeenschap vervangt een stam van Israël en stapt ook die oude  traditie binnen.  Ook wij nemen onder die veelkleurige regenboog plaats; ook wij verplichten ons aan het verbond met God: God zegt toe absoluut trouw aan ons te zijn; ook wij beloven trouw aan Hem te zijn en te werken aan die tegendraadse wereld, aan ‘deze wereld omgekeerd’.

 

Vaak klinken aan deze tafel de woorden, die dat verbond bezegelen: dit is de beker van het nieuwe verbond,  mijn bloed voor u vergoten. In culturen, waar bloed staat voor leven, wordt een sprekend ritueel gebruikt, tot bezegeling van de huwelijkstrouw tussen twee mensen. Bij de Indianen worden bruid en bruidegom in hun vinger geprikt totdat er een druppel bloed verschijnt; zij drukken dan de vingertop­pen op elkaar, zodat het bloed zich vermengt, en  elk van de twee zegt op zijn/haar beurt: 'met bloed bezegel ik mijn woord van trouw'; een welsprekender vorm is niet denkbaar. 

 

In haar boek 'De Vriendschap' vertelt Connie Palmen, hoe geraakt zij is, als jong meisje, door dat ritueel. Zij en haar hartsvriendin Ara besluiten op deze manier hun vriendschap met elkaar te bezegelen. Ook zij prikken in hun vingertoppen totdat er bloed komt, drukken de vingertop op elkaar totdat het bloed zich vermengt. Sindsdien begroeten zij elkaar al­tijd door de toppen van hun wijsvinger eerst tegen elkaar te drukken om ze dan ineen te haken. Niemand begrijpt waar dat op slaat; het is geheim­taal die alleen zij kennen: vriendschap en trouw door alles heen.

 

Het is dit ritueel dat vandaag in beide lezingen centraal staat, maar nu gaat het over de relatie tussen Gód en mens. In de eerste lezing gaat God een verbond aan met het volk van Israel. Mozes komt terug van de berg - de plek van ontmoeting met God - en stelt het volk in kennis van alle woorden en bepalingen van de Heer. En eenstemmig betuigt het volk: "Alle woorden die de Heer tot ons gesproken heeft, zullen wij onder­houden". Mozes laat dan een offerdier slachten: de helft van het bloed is voor God en wordt daarom over het altaar uitgegoten. Met de andere helft wordt het volk besprenkeld. Dan zegt hij: "Dit is het bloed van het ver­bond dat de Heer op grond van al deze woorden met u sluit." God drukt door dit ritueel als het ware zijn vinger­top op de vinger­top van de mens: wederzijdse trouw met bloed bezegeld.

 

In het evangelie grijpt Jezus terug op dit verhaal. Hij weet dat het moment dat Hij gepakt gaat worden voor zijn trouw aan mensen, nabij is, dat er bloed gaat vloeien. En Hij zegt: "Dit is het bloed, waarmee ik mijn relatie met jul­lie bezegel." 

 

Verstaan wij die grote heilige woorden, die wij in elk tafelgebed uitspreken?  In de kerkelijke traditie zijn die woorden van Jezus bij­na altijd verstaan als zíjn zelfgave aan óns, nauwelijks als een bezegeling van zijn verbond met ons. Het kán/mág geen eenrich­tingverkeer zijn; het verplicht ook ons. Zijn wij er ons van bewust, dat wíj - als ontvangers van die gave - ook op onze beurt gevers moeten zijn aan elkaar? Moeten wij Hem niet nazeg­gen wanneer wij hier samenkomen: hier ben ik, dit is de beker van mijn leven iedereen hier aanwezig, voor jou, voor jou, voor jou?  mijn vingertop op de jouwe? Zou de nadruk op het tweerich­tingsverkeer - 'geef jij op jouw beurt' - niet precies de betekenis zijn van zijn woorden: doe dit tot mijn gedachtenis?

 

Het is zo'n simpel gebaar, dat wij hier stellen, wanneer wij samen Eucharistie vieren; het gebaar, dat Jezus stelde op de avond voor zijn lijden en dood. Hier, neem mij maar, mijn leven; mijn trouw aan jou/jullie is absoluut; Ik bezegel het met mijn bloed; vingertop, als het ware, op vingertop.

 

Dit gebaar, dat wij hier binnen deze muren stellen, mag geen loos gebaar zijn; het mag niet los staan van de werkelijkheid buiten. Want dáár gebeurt het werkelijke delen met elkaar: tijd, energie, zorg, vreugde, verdriet, leefruimte, wonin­gen, brood, werk. Het gaat niet slechts om het kérkelijke, maar om het wérkelijke gebeuren. Het gaat niet slechts om wat wij hierbin­nen vieren, het gaat erom hoe wij daar­buiten gestalte geven aan wat wij hierbinnen­ vieren.

 

We weten toch, dat breken en delen alles te maken heeft met leven en geluk. Dat wij onszelf moeten breken en weggeven, slijten aan de ander. Dat het anders geen leven is, nóch voor onszelf, nóch voor de ander.

 

Zouden wij dat naar elkaar toe kunnen waarmaken binnen onze parochie­gemeenschap?  En zouden wij dat - als gemeenschap - kunnen waarmaken naar­ buiten toe, ook op wereldschaal? Wij weten soms niet, hoe wij dát klaar moeten krijgen. Dan is het vieren hier bijna een wan­hopig en mach­teloos gebaar. Maar we willen met elkaar blijven zoeken naar wegen om honger en economische on­gelijkheid de wereld uit te hel­pen en het leven te delen met mensen ver weg. Dáárom kopen wij maar producten uit de Derde Wereld, om mensen ginds een leven te bezorgen dat men­selijk is; om kinderen, die geen kind kunnen zijn en onmen­selijk moeten werken om te over­leven, nabij te zijn en kansen te bieden. Ja, vingertop op vinger­top; bloed van het nieuw verbond.