Om mij te gedenken

© Geert Bles, Heerlen 2005



Een Afrikaanse priester, een jezuïet, pater Rigobert Minani uit Kongo, was onlangs op bezoek in België. In een interview werd hem de vraag gesteld: “Jij hebt nu een tijdje in ons land doorgebracht; zijn er dingen die jou geraakt hebben; heb jij vanuit jouw leven een boodschap aan ons?” Hij antwoordde hierop met twee ervaringen:

“Wat zie ik op de trein en in de bus? Mensen gaan tegenover je zitten en pakken de walkman en de krant; de walkman en de krant zijn voor hen een manier om zich af te sluiten van communicatie met anderen; zij  geven daarmee een signaal af: ik wil gen contact; de ander stoort.” 

De tweede ervaring was deze: “Ik ging voor”, zegt Rigobert Minani, “in een eucharistieviering van Kongolezen in Brussel; wat mij opviel was dat er niet enkel Afrikaanse mensen deelnamen. Zijn de mensen hier misschien toch op zoek naar een echte levende gemeenschap? Het proces van individualisering in Europa is destructief, de samenleving valt uit elkaar. Maar kerk is toch gemeenschap; een individuele kerk - een kerk van individuele mensen - bestaat toch niet. Is dat niet de boodschap van de kerk aan de westerse wereld: dat de mens een netwerk is van relaties, dat individualisme het samenleven vernietigt?”

 

Kerk is toch gemeenschap. Als er iets is wat daar uitdrukking aan geeft, dan is dat de viering rond deze tafel: tafelgemeenschap brengt mensen bij elkaar.  In de joodse traditie van Jezus’ tijd was iedere maaltijd een religieus gebeuren, waarbij men God dankte voor de gave van het leven, voor het voedsel door de aarde voortgebracht, voor de vriendschap tussen de aanwezigen. Maaltijd schept verbondenheid, maar waarschijnlijk werd in zijn tijd die diepe betekenis niet ervaren of in al zijn consequenties beleefd. Jezus heeft bij verschillende gelegenheden getoond dat Hij tafelgemeenschap in de oorspronkelijke betekenis wilde herstellen. Hij at met allerlei soort mensen: met Farizeeën, tollenaars en zondaars. Hij doorbreekt grenzen en schept verbondenheid: iedereen is welkom bij Hem. Met Hem wordt het Messiaanse visioen werkelijkheid. De manier waarop Hij met mensen aan tafel ging, heeft een zeer diepe indruk gemaakt op zijn leerlingen. Het laatste avondmaal met zijn leerlingen was wel het hoogtepunt.  Na zijn verrijzenis herkenden zij Hem juist aan het breken van het brood. Die tafelgemeenschap met Jezus werd voortgezet, ook nadat Hij was heen gegaan; dat was immers zijn opdracht: doet dit tot mijn gedachtenis. Met Jezus eten en drinken - eucharistie vieren - betekent: niet ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken, maar zijn volgeling willen zijn, willen leven zoals Hij, het ook opnemen voor de kleinsten, muren tussen mensen afbreken, grenzen verleggen en verbondenheid vieren in Jezus’ naam. 

 

Mensen kunnen dan de dopjes van de walkman in hun oren stoppen, de krant pakken, ostentatief in hun eigen wereldje duiken, zich afkeren van de ander en doen alsof ze de ander kunnen missen, toch blijkt telkens weer dat zij niet zonder de ander kunnen. Telkens weer blijkt dat ze dood gaan van eenzaamheid, dat ze verpieteren doordat ze ofwel uitgesloten worden, ofwel zichzelf uitsluiten van de  gemeenschap. ‘Individualisme maakt het samenleven stuk; de mens is een netwerk van relaties’, zegt  pater Rigobert Minani; de mens leeft bij de gratie van zijn/haar relaties; ‘de mens is zijn relaties’, zegt de franse filosoof Sartre.

 

Dit netwerk van relaties, de gemeenschap van mensen vieren wij bij uitstek hier rond deze tafel, wanneer wij eucharistie vieren, het leven met elkaar delen in de vorm van het brood breken en de beker laten rondgaan. Wanneer wij deze kerk binnenkomen, stappen wij letterlijk de traditie binnen en nemen plaats onder het teken van het verbond, de veelkleurige regenboog. Wat betekent dat?  God zegt toe absoluut trouw aan ons te zijn; ook wij zeggen toe trouw aan Hem te zullen zijn. God zegt toe om zijn Naam ‘Ik ben er voor jullie’ gestand te doen; ook wij van onze kant zeggen toe ‘er te zullen zijn voor elkaar’, te zullen werken aan een andere wereld, aan ‘deze wereld omgekeerd’, aan gemeenschap van mensen en aan het opheffen van het dodelijke individualisme, van  het ‘ikke, ikke, ikke en  de rest kan stikken’.

     

Dit gebaar, dat wij hier binnen deze muren stellen, mag geen loos gebaar zijn; het mag niet los staan van de werkelijkheid buiten. Want dáár gebeurt het werkelijke delen van leven met elkaar: tijd, energie, zorg, vreugde, verdriet, leefruimte, wonin­gen, brood, werk. Het gaat niet slechts om het kérkelijke, maar om het wérkelijke gebeuren. Het gaat niet slechts om wat wij hierbin­nen vieren, het gaat erom hoe wij daar­buiten gestalte geven aan wat wij hierbinnen­ vieren.

 

We weten toch, dat breken en delen alles te maken heeft met leven en geluk. Dat wij onszelf moeten breken en weggeven, slijten aan de ander. Dat het anders geen leven is, nóch voor onszelf, nóch voor de ander. Zouden wij dat naar elkaar toe kunnen waarmaken binnen onze parochie­gemeenschap? Wij proberen het. En zouden wij dat - als gemeenschap - kunnen waarmaken naar­ buiten toe, ook op wereldschaal? Wij proberen het, al weten wij soms niet, hoe wij dát klaar moeten krijgen. Dan is het vieren hier bijna een wan­hopig en mach­teloos gebaar. Maar we willen met elkaar blijven zoeken naar wegen om honger en economische on­gelijkheid de wereld uit te hel­pen en het leven te delen met mensen ver weg. Dáárom kopen wij maar producten uit de Zuidelijke Wereld, om mensen ginds een leven te bezorgen dat men­selijk is; om kinderen ginds, die geen kind kunnen zijn en onmen­selijk moeten werken om te over­leven, nabij te zijn en kansen te bieden.