Gedachte van de week – Laat Zijn Goddelijk licht stralen

24 februari 2013 (2e zondag van de Veertigdagentijd C)


Boven op de berg ontmoet Jezus in de lezing van vandaag Mozes en Elia. Zij vormen voor Jezus een bron van inspiratie. Mozes, die bevrijder uit Egypte, het land van slavernij, die het volk 10 regels meegaf voor onderweg. En Elia, die het volk bevrijdde van vreemde en onmenselijke Goden.

Jezus voelde zich bij hen thuis. Hij wil zelf ook een bevrijder zijn. De mensen perspectief bieden voor de toekomst, een mooie wereld waarin ieder gelijkwaardig is en erbij hoort. Waar niemand meer vreemdeling is of ontheemd. Het straalt van hem af…. God komt aan het licht in Jezus.

Van dat mooie perspectief, van dat visioen, dat vergezicht mogen de drie leerlingen alvast genieten. Het is zo mooi daar, dat Petrus er tenten wil bouwen, Petrus wil het visioen vast houden, maar dat kan niet, dat mag niet. Hij moet weer terug, de berg af. Terug naar de werkelijkheid van alledag. Want daar komt God aan het licht in Jezus.

Maar God komt ook aan het licht in gewone mensen. De drie leerlingen van Jezus mogen Gods heerlijkheid even aanschouwen. Als visioen, als hoop om de werkelijkheid van het lijden dat hen te wachten staat, aan te kunnen.

Ook aan gewone mensen (ook aan ons dus) laat  God soms zijn Tegenwoordigheid  zichtbaar worden, zijn glans oplichten, maar het is de kunst het te zien (met de ogen van ons hart) en te horen (Gods stem spreekt ook tot ons: luistert naar Hem).

We moeten luisteren naar Jezus die de berg afdaalt,  die vertelt van zijn lijden, die oproept tot navolging , die  ons uitnodigt tot het mee dragen van het kruis. 

Wij moeten Jezus niet zoeken hoog op de berg waar visioenen zijn; wij moeten Jezus zoeken, vinden, navolgen en gehoorzamen in de wereld van de mensen.

In de samenleving  waarin mensen ons aankijken en vragen: wil jij ‘in Gods naam’ mijn zuster, mijn broeder zijn.  Niemand meer verdwaald in onze wereld; geen vreemdelingen voor elkaar, maar de wereld als een gastvrij huis voor ieder op aarde.

Laten wij zo gaandeweg het duister verdrijven zodat Zijn goddelijk licht stralen kan.