Archief berichten

← terug

Allerheiligen/Allerzielen

Met Allerheiligen/Allerzielen 2018 herdachten we de mensen die gestorven zijn. Het is een tijd van diep van binnen weten: wij denken nog altijd aan hen. Door ons de heilige momenten te herinneren blijven de mensen die gestorven zijn bij ons leven horen.

Anneke Lustermans-van Dam

overleden op 5 november 2017

Lex Pasman

overleden op 21 november 2017

Bep Frijns-Ruijschop

overleden op 9 december 2017

Mia Huntjens-Schobbelaar

overleden op 22 januari 2018

Jeane Muller

overleden op 24 januari 2018

Frans Reijnders

overleden op 9 februari 2018

Mien Hovens-van Hels

overleden op 12 februari 2018

Jac van der Scheer

overleden op 3 maart 2018

Leo Sikkenga

overleden op 18 april 2018

Marian Reinaerts

overleden op 10 mei 2018

Henriëtte Pronk-Figelet

overleden op 20 mei 2018

Gerrie Weijers

overleden op 3 juli 2018

Een voettocht in het spoor van Franciscus, juli 2018

Zeventien mensen (tussen 49 en 72 jaar) twee weken op pad door het dal van Spoleto, rond Assisi in Italië, onder begeleiding van Mattie Jeukens ofm. De hele dag onderweg met een dagrugzak. Vaak via stenige paden, soms wel 1000 meter per dag klimmen en dalen in een schitterende natuur, zoals die er ook in Franciscus' tijd moet hebben uitgezien, met verstrooid liggende, nu bijna verlaten dorpjes. Slapen in eenvoudige onderkomens, een klooster, een wijklokaal en, als het kan, buiten onder de sterren, met een zachte bries.

Om 05.00 uur opstaan, je bed opbreken, soms één wasbak en toilet delen, ontbijt klaarmaken, inpakken, alles netjes achterlaten. Voor het op pad gaan een ochtendopening, en dan het eerste stuk, in stilte op weg. Urenlang klimmen en dalen. Op weg gaan in de frisse ochtendlucht, gaandeweg de brandende zon op je hoofd en huid, je gedachten bij het pad en de omgeving over eeuwenoude ongebaande wegen. Je verlangt naar een pauzeplek met water en schaduw.

't Is dat Mattie hier al bijna 25 jaar jaarlijks met een groep komt en de paden openhoudt, letterlijk ook. Mattie, franciscaan in hart en nieren, niet door te preken maar door er te zijn. Door zichtbaar te genieten van alles wat er is en ook van waar je in je dagelijks leven vaak niet aan toekomt, de berg trotseren, het eindeloze stenige pad, je lijf dat niet verder wil, de vreugde dat je het toch maar gedaan hebt. Samen ook; zonder de groep had je het niet gered. Je baadt in het zweet, maar er is water, schaduw, een zuchtje wind, een bron, aankomen en een voetenbad dat klaarstaat. Onderweg zijn er uitzichten, stadjes, kerkjes, kloosters, vaak nog uit de twaalfde eeuw, in verbazingwekkend goede staat. Alles waar het om gaat, het is van God gegeven.

Kapotmoe ben je onderweg, leeg en vol tegelijk van de verhalen, de stilte, van wat je ziet en beleeft, en toch sta je de volgende ochtend verkwikt weer op en heb je zin om op pad te gaan. Om de bloemen te zien die feller van kleur en groter lijken, om de vlinders, de bijen, de volle stilte onderweg te beleven. Ook de gesprekken tijdens het lopen in het voetspoor van Franciscus letterlijk, blijven me bij. Vragen als, naar wie ze waren, Franciscus en Clara, vragen naar hun achtergrond, de tijd, hun geloof, hun kracht en doorzettingsvermogen, hun pijn, wat ze voelden als hun opdracht: die vragen dienen zich aan. Het kan! De reikwijdte van hun houding, hun keuze en inzet voor mensen, is zo groot dat ze een blijvend voorbeeld zijn, ook voor geestelijk en politiek leiders over de hele wereld, een bron van inspiratie voor wie wil. Confronterend voor mijzelf is het om toe te laten dat ongelijkheid en armoede nog steeds bestaan. Het besef dat ik het alleen al door mijn koopgedrag mee in stand houd dat we de natuur misbruiken, en tegelijkertijd te voelen en te weten dat ik en wie wil, ervoor moet kiezen om het anders te doen met meer respect voor mens, natuur en milieu.

Mattie had oog voor elk mens onderweg, de arme, de goed uitziende, het personeel in een winkel of in 'n cafeetje onderweg. Voor padre Matteo gaan alle deuren open, omdat de wandelaars, inwoners en tochtgenoten aanvoelen dat hij echt is, niet veroordelend, en omdat hij zo van alles kan genieten.

Het urenlange lopen, de hitte, de keien, het verlangen naar schaduw en water, dat er mensen met je meelopen en in gedachten met je meegaan, maakt dat je loslaat, dat er onvermoede gedachten en een gevoel van verbondenheid en heelheid met alles en iedereen in je opkomt. Het gevoel dat je gedragen wordt en dat je het kunt lopen, puur, blij en echt.

Voor mij (en mijn man Paul ook) het weten dat ik het niet meer moet doen zó, het is te zwaar, anderen moeten te veel rekening houden met mij. Ik weet beter waar mijn grens ligt.

Het gevoel van onderweg willen zijn, het is een eeuwig heimwee en verlangen; ik zal teren op wat er was en wat ik meeneem op de weg die komt.

  • Wie zal zeggen of dat wat wij lopen bestaat?
  • Het is ermee als met de wegen op aarde.
  • Eerst zijn er geen wegen, maar ze ontstaan
  • als veel mensen in dezelfde richting lopen.

Lee Sjuun

uit de bundel voor onderweg, van Mattie Jeukens

Eline Claassens

De Andreas en de kunst

Hier volgt de toespraak die Harrie Brouwers hield bij de opening van de jubileumtentoonstelling.

Toen mij gevraagd werd om ook als pastoor aan de Andreas verbonden te worden – dat moet in 1993 zijn geweest – was dat voor mij een aantrekkelijke gedachte. Op de eerste plaats vond ik het leuk om naast een dorpsparochie ook het kerkelijke leven in een buitenwijk van de stad te leren kennen; op de tweede plaats had ik al heel lang een goed contact met de zusters Karmelietessen, maar vooral had ik dierbare herinneringen aan Laurens Bisscheroux. Ik kende hem als een man van de royale gebaren. Eens bracht Max de Leeuw me – ik was maar net een jong kapelaantje in Heerlen – aan het eind van het jaar een heel grote aardewerk schotel vol bloeiende narcissen op witte kiezels. Een nieuwjaarswens van Laurens. Tijdens brainstormsessies bij toenmalig deken Jochems – wij waren bezig met beatmissen en popmuziek – hoor ik hem vertellen over een gang – hij was toen net met de Andreas bezig – waardoor een Latijns zingende schola de heilige ruimte zou moeten naderen. Laurens was niet ouderwets, maar wel sfeergevoelig en wat nostalgisch, daarmee het geloof op de plek zettend waar het thuis hoort. Later zou hij gedesillusioneerd uit Friesland terugkomen met de constatering dat hij er de luiende klokken op zondag zo gemist had.

In de zestiger jaren moest alles nieuw. Het was een heerlijke tijd. In de Pancratius wilden we in de kerstnacht iets voor jongeren doen. We besloten een fakkeltocht te houden vanuit de kerk naar de Doom. Laurens werkte er graag aan mee. Onlangs had hij me rondgeleid, verteld over de witte vloeren en de verlichting die niet van bovenaf de mens moest bestralen, zoals in kerken gebeurde; daar werden gezichten oud van de lelijke slagschaduw! Het licht moest van opzij komen. Hij was er hier mee bezig! Met de groep jongeren arriveerden we in de stal. Daar maakte een poporkestje meditatieve muziek. De aanwezigen werden in een gedragen stemming gehouden. Iedereen ging op de grond zitten. Er was geen altaar, geen tafel of stoel, alleen enkele eenvoudige kistjes – we maakten in die tijd alles met kistjes: tafels, stoelen, boekenkasten – met een wit laken er overheen, beschenen door een spot. Na enige tijd kwam een echtpaar met een baby binnen, Maria en Jozef. Ze namen plaats op de kistjes en bleven stil zitten. Daarna stond Maria op en gaf het kind aan een van de aanwezigen. Iedereen mocht de baby even vasthouden. Het werd een confronterend moment. Voor veel tieners misschien wel een eerste ontmoeting met een pasgeborene. Vooral de vader, een oude schoolvriend van me, zei later dat hij het er heel moeilijk mee gehad had: zijn eerstgeborene, Vincent, aan onbekenden uit handen te moeten geven. Toen het kind bij de moeder terug was – er deden zo’n 60 jongeren mee –, stond de heilige familie op en verliet de stal. Op de witte kistjes werd een schaal met stokbroden gelegd. Na een kort dankgebed werd dat gebroken en gedeeld. O ja, de kleine Vincent is later kunstenaar geworden.

Laurens had intens staan kijken vanuit een hoek. Hij was onder de indruk van de kracht en de eenvoud van de gebaren. Het tabernakel van plexiglas, midden in de kring van de kerkgangers, wit beschenen, met een open schaal er in. Dat nam hij ervan over. En ook het aan Taizé ontleende idee om op de grond te zitten. Intussen waren enkele ideeën van Laurens te mooi gebleken voor de weerbarstigheid van de materie. Het glazen dak dat de toegang tot de sterren moest zijn, was wegens condensproblemen vervangen door een standaardkoepel. Laurens gruwde ervan. De eeuwige vlam bij de moeder was bij de eerste energiecrisis gedoofd. Het eeuwige water dat bij de vijver stroomde was wegens plasproblemen bij de oudere parochianen tot zwijgen gebracht. Het tabernakel was tegen de muur geplaatst. De voetschakelaar waarmee de voorganger de kring lampen kon aanmaken, en vooral weer uitmaken voor wanneer de kerkganger iets moesten lezen was verdwenen... Er was dus veel in ere te herstellen. Tot mijn grote vreugde zag ik bij mijn eerste mis het markante hoofd van Laurens tussen het publiek.

Wat me opviel, dat was dat in deze parochie weliswaar vanwege geldgebrek een aantal elementen verloren waren gegaan in de korte tijd dat de kerk bestond, maar tegelijk viel het me op dat er altijd veel aandacht was besteed aan de pr van dit gebouw. De vrijwilligers hadden veel tijd besteed aan het duidelijk maken dat deze kerk symbolische waarden droeg. Bij de voorbereiding op het doopsel, bij de ouderavonden voor de eerste communie, in parochiegidsen, overal werd gewezen op de twaalf apostelen, op de lichtstraat en op de voeten van wezens die naar boven gaan of naar de aarde komen. Ook mensen die het 'geen kerk' vonden, zeiden altijd dat er veel betekenis achter stak en ze wisten te vertellen dat hij onder de grond zat, al wist men niet waarom. Symbolen zijn geen formules maar gevoelens.

Al jarenlang wordt de gang gebruikt om exposities te houden. Dat was een heel bewuste keuze die we ooit gemaakt hebben. Kunst en kerk zoeken elkaar niet op omdat deze ruimte toch leeg staat en bezoekers wil trekken, nee, er is een innerlijke connectie. Ik denk dat het heel belangrijk is dat mensen hun geloof eerder met kunst associëren dan met wetenschap. Heel lang geleden had ik een gesprek met Michel Huisman. Michel kan dingen heel markant zeggen. Hij zei: "weet je wanneer de kerken zijn leeggelopen? Toen ze de kunstenaars eruit hebben gezet!" Wie de kunstenaars niet binnenlaat, die sluit zich af voor de tijdgeest, voor het experiment, voor de openheid naar het andere.

In de zestiende en zeventiende eeuw ging de natuurwetenschap een dispuut aan met de bijbel. De meeste natuurkundigen waren ook theologen, dus vreemd was dat niet. Kon Noach echt bestaan hebben? De kerk ging zich verdedigen. Inderdaad: er was niet genoeg water om de hele wereld te laten verdrinken – dacht men althans (men kende de diepte van de oceanen niet) – maar misschien lagen er onder het aardoppervlak grote voorraden, en waarom kon God geen water bij geschapen hebben voor de zondvloed? Al discussiërend ging de kerk zijn eigen theologische verhaal steeds meer als een vorm van biologie, fysica en geschiedenis opvatten. Langzaam werd het geloof gezien als het domme broertje van de wetenschap. Geloof is echter geen vorm van abstract denken. Het kan helemaal niet in conflict met de natuurwetenschap komen. Voor de gelovige is Noach de mens zelf. Ik ben Noach. En ik besta! Noach was ook een gestalte uit het Gilgamesj-epos, en zo gezien is hij geschiedenis. Het is pas geloof als ik Kaïn ben, en Adam en Eva.

Geloof is eerder verwant aan de muziek, aan de poëzie en aan de kunst, dan aan de exacte wetenschap. Ik zeg het graag zo: de stelling van Pythagoras, het dogma van de drievuldigheid, de derde van Beethoven en de smaak van gestoofde peertjes, die zullen elkaar nooit kunnen tegenspreken, al zouden ze het willen. Net als de muziek en de verbeelding appelleren de geloofsverhalen meer aan de rechterhersenhelft dan aan de linker. Loop je dan niet het risico – wanneer je kunstenaars in de kerk binnenlaat – dat er gevloekt wordt in de kerk? Ja zeker. Maar dat is niet erg. Dan doen bijbelverhalen evenzeer. Dat deden de kapitelen in gotische kerken ook. Dat is altijd heel vruchtbaar gebleken. Het is goed dat ze elkaar blijven opzoeken en vinden: de kunstenaars en de verhalenvertellers die zoeken naar zin en betekenis. Dank u wel!

Harrie Brouwers

Een urnenpad bij inspirerende mensen rond de Andreaskerk

Op 10 juli werd het pad rond de Andreaskerk een urnenpad. Bijna veertig jaar na dato hebben we het plan van architect Laurens Bisscheroux opge-pakt om in het pad rond de kerk op marmeren tegels de namen van inspirerende mensen te graveren. Namen van zes mensen waarvoor we als gemeenschap samen hebben gekozen: drie zwarte en drie blanke, drie mannen en drie vrouwen. De namen en levensbeschrijvingen van deze mensen zijn te vinden op de pagina inspirerende personen.

Deze mensen zijn inspirerend omdat ze vooral een ding met elkaar gemeen hebben: wat hen in hun leven ook werd aangedaan, ze hebben nooit haat met haat beantwoord. Ze zijn door dik en dun achter hun keuze voor de liefde blijven staan.

Bij deze inspirerende mensen kunnen van nu af aan ook onze lieve doden een plek krijgen; de urn wordt in de aarde geplaatst met daarboven de naam, de geboorte- en sterfdatum op een marmeren tegel, vanuit het besef dat de doden bij de levenden horen. Door hen zijn wij, en wie wij zijn geven wij door. Is dat niet leven door de dood heen?

Eline Claassens

Andreasparochie Palestinastraat 326 Heerlerbaan Heerlen