Archief berichten

← terug

Verdiepingsochtend liturgie

Op vrijdagochtend 19 juli kwamen 22 parochianen bij elkaar om met elkaar te praten over de vieringen in de Andreas. De liturgiegroep van de parochie had de ochtend georganiseerd om te peilen wat de mensen die regelmatig naar de vieringen komen, van de liturgie in de Andreas vinden. De liturgiegroep wilde ook graag weten welke kant we met de liturgie in de parochie op willen. Moeten er dingen veranderen, of moet juist zo veel mogelijk bij het oude blijven? Waartoe dient de liturgie? Waar het gaat het in de viering om? Wat vieren wij? De bedoeling was ook om tot concrete aanbevelingen te komen voor de toekomst. Sommigen begrepen de ochtend ook als een kans om tot verdieping van de liturgie en de beleving ervan te komen. Er werden vier groepen gevormd waarin 'vanuit het hart' en met veel respect voor elkaars mening door iedereen is gesproken over een viertal vragen die van tevoren aan de groepen waren uitgereikt. De liturgiegroep is blij met de antwoorden die in de diverse groepen boven tafel kwamen en gaat daarmee aan de slag. Over het vervolg wordt u geïnformeerd in een komend parochieblad.

Het is moeilijk om recht te doen aan al de meningen en gedachten die aan bod zijn gekomen. Ik doe een poging om het samen te vatten. Als u zich daar niet in herkent, klim dan in de pen (zoals dat zo mooi heet) en schrijf een stukje voor het parochieblad over uw mening over en uw beleving van de vieringen. Wij verwelkomen elke bijdrage. Wie weet, krijgt, als u de spits afbijt, ons parochieblad een vaste rubriek over liturgie erbij.

De meeste mensen beleven de vieringen als doorleefd en authentiek. Ze worden meestal als inspirerend ervaren. De voorgangers worden gezien als mensen die staan voor wat ze zeggen en doen in de viering. Ze moeten wel voeling houden met de gemeenschap en zich rekenschap geven van waar de gemeenschap staat en wat zij verwacht. Dat wil niet zeggen dat er niet af en toe met nieuwe vormen in de liturgie mag worden geëxperimenteerd. Voorgangers krijgen de ruimte om daarin hun weg te zoeken, naar eigen inzicht. Natuurlijk binnen de grenzen van de katholieke traditie waarin wij staan.

Als de vaste groep voorgangers wordt uitgebreid met mensen uit de gemeenschap die regelmatig zelfstandig een woord- en communie- (of andersoortige) viering leiden, dan is dat een goede ontwikkeling die bij de parochie past. Er moet dan wel gelet worden op de kwaliteit van de voorgangers, maar tot dusver is daar geen kritiek op. Integendeel, er mag best meer gebruik gemaakt worden van de kwaliteiten en ervaringen van kerkgangers in de vieringen. Als in de toekomst meer mensen voorgaan, hoe voorkom je dan dat de eenheid en herkenbaarheid van de vieringen verloren gaat? Er moeten een aantal vaste elementen in de viering zijn die telkens terugkomen. Sommigen vinden het rituele karakter van de liturgie erg waardevol; voor hen hebben de traditionele rituelen van de liturgie veel betekenis (met name van de eucharistie, maar ook daarbuiten). Anderen zien de zin van de viering meer in de individuele beleving en zoeken in de wekelijkse liturgie naar antwoorden op vragen die ze zelf stellen. (Te) veel nadruk op de rituelen kan volgens sommigen zelfs afbreuk doen aan de authenticiteit en waarachtigheid van de viering. Op dit punt lopen de opvattingen onder onze parochianen behoorlijk uiteen. De meeste gespreksdeelnemers vinden dat er in de vieringen een goede balans is tussen de viering als plek om als persoon met God in relatie te treden en de viering als een gemeenschapsgebeuren waarin mensen met elkaar samen zijn en elkáár ontmoeten. Ook hier bespeurt men een zekere spanning, want het een kan soms wel eens haaks staan op het ander. Wat de eucharistie voor de een betekent, betekent zij niet voor een ander. En hoeveel stilte verdraagt een viering in de Andreas? Over zulke spirituele vragen is het laatste woord nog niet gezegd!

Mij duizelt het ondertussen. Het woord is aan u!

Rob Pauls

Uit de liturgiegroep

Als mensen zondags naar de viering komen, hebben ze elkaar vaak een hele week niet gezien. Logisch dat ze van elkaar willen weten hoe het gaat en nieuws uitwisselen. Zo'n parochie willen we immers ook zijn: waarin mensen om elkaar geven en samen optrekken. Maar er zijn ook mensen die de stilte voor het begin van de viering missen om zich op de viering voor te bereiden. Zij hebben een moment van inkeer nodig om tot God en elkaar te naderen. De liturgiegroep wil daarom een stiltemoment inbouwen in het begin van de viering zelf. Als de viering begint met het klinken van de bel en de voorgangers zijn ingetreden, steken de acolieten of lectoren in stilte de kaarsen aan. Een ogenblik van stilte waarin iedereen even tot zichzelf kan komen en met zichzelf alleen kan zijn voordat wij samen komen voor God. Wij hopen op uw instemming en medewerking.

De liturgiegroep

Marcel Mollink

Sinds 1 juli mag ik 6 uur per week bij jullie werken. Karin van Doormaal en Rob Pauls vroegen om me via het parochieblad kort aan jullie voor te stellen. Iets kort vertellen is niet zo makkelijk voor me, maar ik ga het proberen.

Op 17 maart 1958 ben ik geboren in een Twents boerendorpje genaamd Fleringen (ut sjunste op de welt!). Van mijn moeder kreeg ik de naam Marcel. Na mij kwamen er nog twee zussen en gelukkig een broer. Ik hield niet zo van het boerenleven. Had eigenlijk een hekel aan melken, hooien en de stal schoonspuiten. Later ben ik het boerenleven heel erg gaan waarderen. Ben zelfs heel blij dat ik een boerenzoon ben.

In 1977 ben ik naar Heerlen verhuisd om aan de HTP theologie te gaan studeren. Op de Pabo hoorde ik van de theologielerares een heel ander en o zo bevrijdend verhaal over Jezus. Heel anders dan wat ik thuis en in de kerk hoorde. Ik voelde: hier MOET ik meer van weten. Tijdens deze studie ging er een wereld voor me open. Ook snapte ik veel niet. Veel bijbelverhalen en christelijke dogma's stonden heel ver van me af. Maar:ik ben iedere dag nog dankbaar dat ik deze studie mocht doen.

Sinds 1996 (ongeveer) werk ik in de parochie Voerendaal bij pastoor Harrie Brouwers als jongerenpastor. Er is een heel mooi vormselproject ontstaan. Uitdaging vind ik om iets van de christelijke traditie te laten aansluiten bij jongeren. Ik vind dat wij daar aardig in geslaagd zijn. Ook hebben we een maatschappelijke stage ontwikkeld rond de Werken van Barmhartigheid. We gingen met de jongeren naar bijvoorbeeld de Voedselbank, de jeugdgevangenis in Cadier en Keer en naar een Iraans echtpaar dat gevlucht is naar Nederland. De beleving van de jongere stond centraal. Wat ik hier heb geleerd neem ik graag mee naar de Andreas. Ook heb ik me beziggehouden met volwassenenkatechese. Voor mij betekent dat: op zoek naar mensen, plekken die de parochianen kunnen raken in hun hart. Organiseren van lezingen waardoor de ziel van de mens wordt gevoed. De christelijke traditie heeft genoeg in huis om de mens van nu te bezielen (maar ook buiten is veel te vinden). Daar ben ik vast van overtuigd. Al met al ben ik heel gelukkig dat ik in deze levendige,eigentijdse parochie mag werken.

Verder heb ik 25 jaar gewerkt met mensen met een verstandelijke beperking. Zo'n 20 jaar bij de stichting Radar en de laatste vijf jaar als vrijwilliger op de Corisberg (de biologische, antroposofische boerderij). De plek waar o.a. Guus, onze nieuwe misdienaar, woont. Ik heb veel aan deze mensen te danken. Ik kwam er zo mijn eigen handicaps tegen!! En heb zo genoten van hun manier van Zijn.

Wat mij verder vormde: tien jaar vrijwilligerswerk voor daklozen (de Koempel); drie jaar wonen in een klooster bij de paters van de Heilige Harten in Valkenburg; jaren meedraaien in de MOV-groep van de Annaparochie; plus nog twee opleidingen: drie jaar aan de School voor Creatief Leven in Amersfoort met o.a. Hein Stufkens en Dolf Coppes, en twee jaar de opleiding tot praktisch filosoof in Heerlen bij Joep de Jong en Will Heutz. Hier leerde ik de weg naar binnen En naar buiten! Graag kom ik naar de Andreas. Een plek, een kerk waar ik me echt thuisvoel. Waar ik word geinspireerd. Waar ik aan het denken word gezet. Gevoeliger wordt voor het onrecht in de wereld. Waar ik geniet van de open, eerlijke, oprechte gesprekken over o.a. de toekomst van de kerk. En de leuke, fijne mensen die ik daar ontmoet. Voor mij is Alles een manifestatie van een Geheim, wat wij God noemen. Ik ben ervan overtuigd dat dit Geheim in ieders hart 'spreekt'. En dat, als we deze Stem volgen, de wereld steeds menselijker en rechtvaardiger zal worden. Laten we elkaar helpen dichter bij ons hart te komen. En zo stapje voor stapje, met vallen en opstaan, werken aan meer humaniteit en gerechtigheid op onze planeet.

Marcel Mollink

Wandelen door de wijk Heerlerbaan

Heerlen is 'Fairtrade Gemeente'

Op initiatief van de PLUS-supermarkten in de regio en met ondersteuning van COS Limburg, HeerlenMondiaal en Andreasparochie is het project Fairtrade Regio Parkstad gestart. Op donderdag 25 april werd bekend dat aan Heerlen de titel van Fairtrade Gemeente is toegekend. Heerlen is daarmee de eerste Parkstadgemeente die deze titel weet binnen te slepen. Op 30 mei tijdens de Braderie in Hoensbroek werd door de landelijke organisatie aan wethouder Charles Claessens het officiële bord Fairtrade Gemeente overhandigd.

Uur van de Buurt Heerlerbaan: het laatste nieuws uit de wijk met koffie en gezelligheid in Bibliotheek Schunck Heerlerbaan

Wil jij op de hoogte blijven van alle buurtnieuwtjes of kennismaken met de laatste trends op het gebied van huis & tuin, werk, relatie, gezondheid, hobby, vakantie of kunst & cultuur, kom dan buurten in de eigen wijkbibliotheek.

Bekende en onbekende buurtgasten komen aan het woord. Maak kennis met je eigen buurtbibliotheekheld. Ken je iemand die een compliment verdient? Wijkbewoners die zich inzetten voor de buurt of voor hun medemens kun je aanmelden voor de complimentenduim (via Via hub.pieters@schunck.nl of ilhame.salhi@schunck.nl). Wij gaan deze buurtbewoners verrassen en in het zonnetje zetten.

Vaste onderwerpen in het Uur van de Buurt (UVB) zijn:

  1. Wie zit er op de buurtstoel?
  2. Hoe drinkt onze buurtgast zijn koffie?
  3. Uur van de Buurt wijknieuws
  4. Wie ontvangt de complimentenduim?
  5. Wat staat er in de krant vandaag?

Iedereen is van harte welkom om mee te praten. De koffie staat klaar tijdens Uur van de Buurt Heerlerbaan. Elke derde maandag van de maand van 13.30 tot 15.00 uur. Vrije toegang.

Heeft u vragen of wilt u ook een keer iets nieuws vertellen in Uur van de Buurt Heerlerbaan neem dan contact op via hub.pieters@schunck.nl of ilhame.salhi@schunck.nl.

De toekomst van ons dak

We hebben een prachtige kerk, vol symboliek en met uitstraling. Het gebouw heeft echter ook nadelen, zoals een kwetsbaar plat dak. Omdat er de nodige problemen waren ontstaan, hebben we met behulp van enthousiaste vrijwilligers de heuvel van aarde van het dak gehaald. Vervolgens hebben er door meerdere partijen inspecties plaatsgevonden.

Op zich is de uitkomst positief: hoewel het dak lekkages kent, kan het nog minimaal vijf jaar mee. Door het bedrijf Verkoelen zijn alle gaten die er in de folie zaten, gedicht. We hebben als bestuur dan ook besloten om geld vrij te maken voor een grondige onderhoudsbeurt elk jaar. De kosten voor een nieuw dak zijn immers zo hoog dat we liever zolang als het kan doorgaan met het huidige dak.

Voor het moment laten we de aarde van het dak af, want dat vergemakkelijkt het onderhoud enorm. Wel zal het dek van het dak op enkele punten verzwaard worden met tegels, zodat er geen risico's bestaan bij een grote storm. Natuurlijk zullen we ons gaan beraden op een langetermijntoekomst voor het dak, zoeken naar een oplossing die recht doet aan de door de architect verlangde symboliek maar tegelijkertijd het kerkgebouw ook toekomstbestendig houdt, en overwegen of we in het kader van duurzaamheid zonnepanelen op het dak kunnen plaatsen.

Rest mij om, namens het gehele parochiebestuur, Dolf, Wim, Rob, Laris en Paul te bedanken voor de vele uren die zij belangeloos in dit project hebben gestoken.

Barry Braeken

De Andreas en de kunst

Hier volgt de toespraak die Harrie Brouwers hield bij de opening van de jubileumtentoonstelling.

Toen mij gevraagd werd om ook als pastoor aan de Andreas verbonden te worden – dat moet in 1993 zijn geweest – was dat voor mij een aantrekkelijke gedachte. Op de eerste plaats vond ik het leuk om naast een dorpsparochie ook het kerkelijke leven in een buitenwijk van de stad te leren kennen; op de tweede plaats had ik al heel lang een goed contact met de zusters Karmelietessen, maar vooral had ik dierbare herinneringen aan Laurens Bisscheroux. Ik kende hem als een man van de royale gebaren. Eens bracht Max de Leeuw me – ik was maar net een jong kapelaantje in Heerlen – aan het eind van het jaar een heel grote aardewerk schotel vol bloeiende narcissen op witte kiezels. Een nieuwjaarswens van Laurens. Tijdens brainstormsessies bij toenmalig deken Jochems – wij waren bezig met beatmissen en popmuziek – hoor ik hem vertellen over een gang – hij was toen net met de Andreas bezig – waardoor een Latijns zingende schola de heilige ruimte zou moeten naderen. Laurens was niet ouderwets, maar wel sfeergevoelig en wat nostalgisch, daarmee het geloof op de plek zettend waar het thuis hoort. Later zou hij gedesillusioneerd uit Friesland terugkomen met de constatering dat hij er de luiende klokken op zondag zo gemist had.

In de zestiger jaren moest alles nieuw. Het was een heerlijke tijd. In de Pancratius wilden we in de kerstnacht iets voor jongeren doen. We besloten een fakkeltocht te houden vanuit de kerk naar de Doom. Laurens werkte er graag aan mee. Onlangs had hij me rondgeleid, verteld over de witte vloeren en de verlichting die niet van bovenaf de mens moest bestralen, zoals in kerken gebeurde; daar werden gezichten oud van de lelijke slagschaduw! Het licht moest van opzij komen. Hij was er hier mee bezig! Met de groep jongeren arriveerden we in de stal. Daar maakte een poporkestje meditatieve muziek. De aanwezigen werden in een gedragen stemming gehouden. Iedereen ging op de grond zitten. Er was geen altaar, geen tafel of stoel, alleen enkele eenvoudige kistjes – we maakten in die tijd alles met kistjes: tafels, stoelen, boekenkasten – met een wit laken er overheen, beschenen door een spot. Na enige tijd kwam een echtpaar met een baby binnen, Maria en Jozef. Ze namen plaats op de kistjes en bleven stil zitten. Daarna stond Maria op en gaf het kind aan een van de aanwezigen. Iedereen mocht de baby even vasthouden. Het werd een confronterend moment. Voor veel tieners misschien wel een eerste ontmoeting met een pasgeborene. Vooral de vader, een oude schoolvriend van me, zei later dat hij het er heel moeilijk mee gehad had: zijn eerstgeborene, Vincent, aan onbekenden uit handen te moeten geven. Toen het kind bij de moeder terug was – er deden zo’n 60 jongeren mee –, stond de heilige familie op en verliet de stal. Op de witte kistjes werd een schaal met stokbroden gelegd. Na een kort dankgebed werd dat gebroken en gedeeld. O ja, de kleine Vincent is later kunstenaar geworden.

Laurens had intens staan kijken vanuit een hoek. Hij was onder de indruk van de kracht en de eenvoud van de gebaren. Het tabernakel van plexiglas, midden in de kring van de kerkgangers, wit beschenen, met een open schaal er in. Dat nam hij ervan over. En ook het aan Taizé ontleende idee om op de grond te zitten. Intussen waren enkele ideeën van Laurens te mooi gebleken voor de weerbarstigheid van de materie. Het glazen dak dat de toegang tot de sterren moest zijn, was wegens condensproblemen vervangen door een standaardkoepel. Laurens gruwde ervan. De eeuwige vlam bij de moeder was bij de eerste energiecrisis gedoofd. Het eeuwige water dat bij de vijver stroomde was wegens plasproblemen bij de oudere parochianen tot zwijgen gebracht. Het tabernakel was tegen de muur geplaatst. De voetschakelaar waarmee de voorganger de kring lampen kon aanmaken, en vooral weer uitmaken voor wanneer de kerkganger iets moesten lezen was verdwenen... Er was dus veel in ere te herstellen. Tot mijn grote vreugde zag ik bij mijn eerste mis het markante hoofd van Laurens tussen het publiek.

Wat me opviel, dat was dat in deze parochie weliswaar vanwege geldgebrek een aantal elementen verloren waren gegaan in de korte tijd dat de kerk bestond, maar tegelijk viel het me op dat er altijd veel aandacht was besteed aan de pr van dit gebouw. De vrijwilligers hadden veel tijd besteed aan het duidelijk maken dat deze kerk symbolische waarden droeg. Bij de voorbereiding op het doopsel, bij de ouderavonden voor de eerste communie, in parochiegidsen, overal werd gewezen op de twaalf apostelen, op de lichtstraat en op de voeten van wezens die naar boven gaan of naar de aarde komen. Ook mensen die het 'geen kerk' vonden, zeiden altijd dat er veel betekenis achter stak en ze wisten te vertellen dat hij onder de grond zat, al wist men niet waarom. Symbolen zijn geen formules maar gevoelens.

Al jarenlang wordt de gang gebruikt om exposities te houden. Dat was een heel bewuste keuze die we ooit gemaakt hebben. Kunst en kerk zoeken elkaar niet op omdat deze ruimte toch leeg staat en bezoekers wil trekken, nee, er is een innerlijke connectie. Ik denk dat het heel belangrijk is dat mensen hun geloof eerder met kunst associëren dan met wetenschap. Heel lang geleden had ik een gesprek met Michel Huisman. Michel kan dingen heel markant zeggen. Hij zei: "weet je wanneer de kerken zijn leeggelopen? Toen ze de kunstenaars eruit hebben gezet!" Wie de kunstenaars niet binnenlaat, die sluit zich af voor de tijdgeest, voor het experiment, voor de openheid naar het andere.

In de zestiende en zeventiende eeuw ging de natuurwetenschap een dispuut aan met de bijbel. De meeste natuurkundigen waren ook theologen, dus vreemd was dat niet. Kon Noach echt bestaan hebben? De kerk ging zich verdedigen. Inderdaad: er was niet genoeg water om de hele wereld te laten verdrinken – dacht men althans (men kende de diepte van de oceanen niet) – maar misschien lagen er onder het aardoppervlak grote voorraden, en waarom kon God geen water bij geschapen hebben voor de zondvloed? Al discussiërend ging de kerk zijn eigen theologische verhaal steeds meer als een vorm van biologie, fysica en geschiedenis opvatten. Langzaam werd het geloof gezien als het domme broertje van de wetenschap. Geloof is echter geen vorm van abstract denken. Het kan helemaal niet in conflict met de natuurwetenschap komen. Voor de gelovige is Noach de mens zelf. Ik ben Noach. En ik besta! Noach was ook een gestalte uit het Gilgamesj-epos, en zo gezien is hij geschiedenis. Het is pas geloof als ik Kaïn ben, en Adam en Eva.

Geloof is eerder verwant aan de muziek, aan de poëzie en aan de kunst, dan aan de exacte wetenschap. Ik zeg het graag zo: de stelling van Pythagoras, het dogma van de drievuldigheid, de derde van Beethoven en de smaak van gestoofde peertjes, die zullen elkaar nooit kunnen tegenspreken, al zouden ze het willen. Net als de muziek en de verbeelding appelleren de geloofsverhalen meer aan de rechterhersenhelft dan aan de linker. Loop je dan niet het risico – wanneer je kunstenaars in de kerk binnenlaat – dat er gevloekt wordt in de kerk? Ja zeker. Maar dat is niet erg. Dan doen bijbelverhalen evenzeer. Dat deden de kapitelen in gotische kerken ook. Dat is altijd heel vruchtbaar gebleken. Het is goed dat ze elkaar blijven opzoeken en vinden: de kunstenaars en de verhalenvertellers die zoeken naar zin en betekenis. Dank u wel!

Harrie Brouwers

Een urnenpad bij inspirerende mensen rond de Andreaskerk

Op 10 juli werd het pad rond de Andreaskerk een urnenpad. Bijna veertig jaar na dato hebben we het plan van architect Laurens Bisscheroux opge-pakt om in het pad rond de kerk op marmeren tegels de namen van inspirerende mensen te graveren. Namen van zes mensen waarvoor we als gemeenschap samen hebben gekozen: drie zwarte en drie blanke, drie mannen en drie vrouwen. De namen en levensbeschrijvingen van deze mensen zijn te vinden op de pagina inspirerende personen.

Deze mensen zijn inspirerend omdat ze vooral een ding met elkaar gemeen hebben: wat hen in hun leven ook werd aangedaan, ze hebben nooit haat met haat beantwoord. Ze zijn door dik en dun achter hun keuze voor de liefde blijven staan.

Bij deze inspirerende mensen kunnen van nu af aan ook onze lieve doden een plek krijgen; de urn wordt in de aarde geplaatst met daarboven de naam, de geboorte- en sterfdatum op een marmeren tegel, vanuit het besef dat de doden bij de levenden horen. Door hen zijn wij, en wie wij zijn geven wij door. Is dat niet leven door de dood heen?

Eline Claassens

Andreasparochie Palestinastraat 326 Heerlerbaan Heerlen